LEV 

HSP-coach, beelddenk-coach en HB-professional

Blog


BEN JIJ OOK EEN SUPER(WO)MAN?

Januari 2019

Jaar na jaar, maand na maand ben je aan het rennen, vliegen, draven. Gesprek in gesprek uit, dag in dag uit, kind aan kind uit.. En het kost allemaal zoveel energie. Aan het eind van de dag plof je uitgeput op de bank en het liefst lig je samen met de kinderen al in bed.

Maar.. daar is nog het huishouden waar je overdag niet aan toegekomen bent, een partner die aandacht verdient, een hond die uitgelaten moet worden. En shoot! Het brood is op, dus ren je naar de winkel in de avonduren, want je kan de kinderen niet met lege buiken naar school laten gaan morgen.

Herken je dat? Overleven in plaats van leven?

Ik spreek vele vaders en moeders en herken veel in hun verhalen. De gemeenschappelijke factor is meestal: “Maar.. ik zou het toch alleen moeten kunnen? Het zijn MIJN kinderen, dat moet ik toch redden? Ik heb hier toch zelf voor gekozen?” Dus rennen en vliegen we met elkaar door en is er regelmatig geen energie meer voor zaken waar je energie van krijgt.

Zelf ben ik hier ook een aantal keren tegenaan gelopen en ik kan niet vaak genoeg zeggen: Je hoeft het niet alleen te doen! Vraag hulp, ook als je denkt dat er niemand is die dit kan, wil of überhaupt tijd heeft. Praat, vertel, durf te delen waar je tegenaan loopt. Niet iedereen zal het misschien begrijpen, maar er zijn écht mensen die dit wel doen en die kunnen en willen helpen.

Annita was jarenlang mijn vaste oppas en nu springt ze af en toe bij als het nodig is. Afgelopen maandag was oudste bij haar. Niet omdat ik moest werken, maar omdat ik Marianne tijd nodig had. Eén keer in de twee weken gaat hij een ochtend naar haar toe, zodat ik even een ochtend voor mezelf heb. Soms zit ik heerlijk met een kop thee op de bank een serie te kijken, andere keren ga ik naar een vriendin die ik al maanden niet heb  gesproken, boek ik een massage of een kappersafspraak. Geen haast, geen stress, want mijn zoon heeft een leuke ochtend en ik alle tijd van de wereld voor mijn gevoel.

Eerlijk is eerlijk.. In het begin voelde het knap egoïstisch. Ik ben toch gewoon thuis? Ik kan toch zeker zelf wel voor mijn kinderen zorgen? Zit je daar alleen op de bank.. Maar egoïstisch is het zeker niet. Die drie uurtjes in de twee weken geven mij de energie om door te gaan, om te knokken voor mijn kinderen in alle andere uren waarin ik er onvoorwaardelijk voor hen ben. Om te knokken voor de kinderen en gezinnen van anderen die tegen dezelfde issues aanlopen. Om even op adem te komen en stil te staan bij wie ik ben als mens, als moeder en als vrouw.

Praat, vertel en durf te delen. Je bent geen Superman of Superwoman, je bent gewoon een mens van vlees en bloed. Iemand die ook moe kan worden, de kinderen weleens (of vaker) achter het behang kan plakken en zich afvraagt of het ooit goed gaat komen. En zelfs al ben je een superheld, hebben die niet allemaal een sidekick? Zoek jouw Annita of maak afspraken met andere ouders die ook af en toe lucht kunnen gebruiken. Boek die massage, kijk die serie, lees dat boek dat al maanden op je wacht of ga op stap met jouw vriend(in) of partner.

Want echt waar:

IT TAKES A VILLAGE TO RAISE A CHILD

  

DE TRAAN

Januari 2019

 

Maandenlang gevangen in een oog dat niet wil huilen

Zit een lieve traan die zich niet langer wil verschuilen

Een traan van eenzaamheid, van pijn en groot verdriet

Omdat het oog niet toe kon staan dat hij hem al verliet

 

De traan was alleen niet sterk genoeg en wachtte lange tijd

Totdat zijn vrienden hem zouden helpen in zijn ellenlange strijd

Dapper deed hij pogingen soms samen, soms alleen

Maar verder dan een ooghoek kwam er toch niet één

 

De tranen werden talrijk en vulden een heel hoofd

Ze bleven samen vechten, want ze hebben steeds geloofd

Dat wanneer oog zou begrijpen waarom tranen moeten stromen

Er eindelijk een einde aan hun eenzaamheid zou komen

 

Uiteindelijk legden ze de strijdbijl neer en gingen in gesprek

Ze probeerden oog te overtuigen van zijn eigen blinde vlek

“Begrijp toch goed lief oog wat wij tranen allemaal kunnen,

Als je ons laat vloeien, zal jouw verdriet echt gaan verdunnen!”

 

Het oog sloot zwaar zijn leden en knipperde een keer

Toen lukte het de eerste traan, er volgden steeds maar meer

Na uren vol van vloeien kwam het oog met een gelofte:

“Vanaf nu mag elke nieuwe traan mij verlaten” was zijn belofte

 

De tranen vloeiden samen in een plasje op de grond

De buitenlucht voelde helend, verhelderend gezond

De zon deed hen verdampen, ze stegen traag omhoog

En als je heel goed keek.. zag je een kleine regenboog

 

MIJN OLIEBOL EN MIJN PANNENKOEK

Januari 2019

De jongens hebben vakantie en ook hier maken ze gewoon op z’n broertjes af en toe knallende ruzie en vliegen de deuren soms bijna uit het kozijn. Het hoort er bij en ik bemiddel hier en daar wat, maar laat ze ook leren van elkaars onhebbelijkheden.

Mijn oudste zei laatst: “Mama, jij hebt het soms best zwaar met twee van die jongens. Heb je er nooit spijt van?” Kort daarvoor was het huis weer net even te klein geweest voor twee strong minded jongens en hij had net zijn excuses aangeboden aan zijn broertje. Ik gaf hem een knuffel en vertelde hem dat ik laatst een mooi compliment kreeg van een mevrouw. “Wat voor compliment?” vroeg hij met een nieuwsgierige blik. “Nou, die mevrouw zei dat ze mijn geduld en kalmte zo bewonderde. En toen vertelde ik haar dat dit juist mijn leerpunten in het leven waren. Ik was altijd heel ongeduldig en was mijn emoties, in plaats van dat ik ze had. Het was voor mij een extra speciaal compliment!” Oudste knikte en zei: “Dat klopt wel mam, je bent altijd supergeduldig met ons..”

Ik tilde zijn kin op en keek glimlachend in zijn mooie ogen: “Die ruzietjes tussen jou en jouw broertje, de toestanden met scholen en andere mensen.. dat is nou precies wat mij geleerd heeft om geduldig te zijn en mijn kalmte te bewaren. Ik kan het nu zien als mijn leerproces, dus in die zin ben ik jullie zelfs dankbaar.” De pretlichtjes verschijnen in zijn ogen. Hij geeft me snel een knuffel, eindigt met een duwtje en terwijl hij wegrent roept hij lachend: “Top mam, dan doen we er nog even een schepje bovenop, speciaal voor jouw leerproces!” 
Lekker ding..

Als we samen aan tafel zitten begint jongste een uiteenzetting over alle versies van de Nintendo spelcomputer van de jaren negentig tot nu. Hij gaat er helemaal in op en dreunt het ene na het andere feitje op over de spellen en de spelcomputer. Hij praat druk, enthousiast en met grote handgebaren. Na een half uurtje luisteren zeg ik: “Je klinkt als een echte YouTuber!” Oudste haakt in en zegt: “Nee mam, hij praat alsof hij in zijn eigen wereldje zit.” Jongste haalt zijn schouders op en zegt lachend: “Ik zit altijd in mijn eigen wereldje. I’m stuck in pancakeland!” We liggen bijna onder tafel van het lachen om zijn droge humor en jolige blik. 
Nog zo’n lekker ding..

Dit soort momenten koester ik zo. Ruzietjes zijn zo vergeten, maar dit zijn herinneringen die voor altijd bij ons blijven.

Afgelopen week kwam oudste bij me zitten. Hij gaf aan dat hij een droom heeft voor de toekomst en dat hij geld nodig heeft om te investeren in die droom. Hij wil professioneel gamer worden en heeft apparatuur nodig om aan bepaalde eisen te voldoen. Apparatuur die wij niet zomaar kunnen kopen voor hem. Professioneel gamen is niet direct iets waar je over het algemeen genoeg geld mee kan verdienen om rond te komen, maar het is wel wat hij wil. En als ik iets geleerd heb uit het verleden is het wel de les: als het om een toekomstdroom gaat zeg je niet wat niet kan of verstandig is, maar kijk je hoe je iets toch mogelijk kan maken!

We maakten samen een lijstje met dingen waar hij geld mee kan verdienen. Veel dingen wilde hij wel uit noodzaak doen, maar kwamen niet in de buurt van zijn passies: gamen en koken. Ineens had hij het: “Als ik nou ga koken en bakken voor mensen mam! Dan doe ik wat heerlijk vind en kan ik wat geld verdienen voor mijn droom!” Ik vond het een geniaal plan en hielp hem met een berichtje op Facebook. Binnen korte tijd kwamen er al enkele bestellingen binnen en al snel kwam de vraag of hij ook oliebollen wilde bakken. Oudste keek me even twijfelend aan. Ik verwachtte dat hij zou zeggen: dat kan ik niet hoor! Maar integendeel, de Pippi Langkous in hem kwam naar boven: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

Maandag heeft oudste bijna 100 oliebollen gebakken en een mooie start gemaakt met het sparen voor zijn droomapparatuur. Ik heb zo genoten van zijn stralende gezicht en het contact met zijn klanten. Hij voelde zich zo groot en zo serieus genomen! Het was oudejaarsavond 11 uur toen hij in slaap viel. Met moeite was hij om 12 uur wakker te krijgen voor het vuurwerkfestijn. De afgelopen 5 jaar stond hij tot een uur of 2 in de nacht te stuiteren, maar deze keer was hij zo moe en zo voldaan. Vanochtend zei hij: "Mama ik heb zo hard gewerkt en het was zo fijn dat mijn hoofd en lijf eindelijk echt moe waren." Ik pakte zijn hand vast en vertelde hem hoe trots ik op hem was dat hij een doel had gevonden waar hij graag voor wilde werken. Ik kan zijn doel niet bepalen, dan is het mijn doel voor hem. Hij heeft zelf een keuze gemaakt en gaat er vol voor om zijn droom uit te zien komen.
Terwijl ik zijn hand nog vast heb buigt hij zich naar zijn broertje en zegt: “Ik zal echt proberen om jou wat minder te plagen. Ik word er zelf ook verdrietig van als ik zie wat het met jou doet.” Hij wordt getrakteerd op een dikke knuffel en de jongens zijn beiden zichtbaar ontroerd.

Daar zitten ze dan, mijn oliebol en mijn pannenkoek. Ik kan ze wel opvreten!


MISSIE GESLAAGD!

December 2018

 

Oudste zit sinds een aantal weken thuis, op enkele uren privéles na. Zijn boosheid reageert hij af op degenen die het veiligst zijn: papa, mama en jongste. Niet fijn, maar eerlijk is eerlijk.. hij heeft alle reden om boos te zijn. Door alle boze buien is de sfeer niet altijd even gezellig in huis en daar praten we vaak samen over. Wat kan ik voor jou doen? Wat wil jij graag? Wat heb jij nodig? Vragen die bedoeld zijn om hem zijn autonomie terug te geven, hem tot denken te zetten en hem meer rust te geven. Vragen die voor nu vaak nog te lastig zijn om antwoord op te geven. Die soms fijne gesprekken en andere keren boze reacties opleveren. En toch..

Toch zie ik zijn veerkracht langzamerhand weer in werking treden. Hoor ik hem praten met zijn broertje en denk: hij is niet helemaal weg! Die lieve, grappige, sociale, open jongen vecht zich heel hard een weg omhoog door die inmiddels behoorlijk dikke muur van boosheid, verdriet en teleurstelling.

Gisteren zaten de mannen samen in een enorm schuimbad. Ik zat in de slaapkamer en hoorde hen praten over het prille begin van hun leven. Oudste legde uit dat mijn oma mij op haar sterfbed heeft beloofd dat ze een kindje zou sturen uit de hemel als de grote Baas het goed vond. Dat wij dat al een tijdje wilden, maar dat de natuur niet helemaal meewerkte en dat ik een maand na haar dood een positieve zwangerschapstest had. “Wow! Dus jij komt echt uit de hemel! En ik dan?” vroeg jongste. Oudste vertelde dat hij al heel lang een broertje wilde en moest wachten tot hij bijna 4 was. Weer iets met die natuur. Eindelijk werd jongste geboren. Oudste was het gelukkigste kind van de wereld en hield hem een uur lang stevig in zijn kleine armpjes, totdat hij weer met papa en oma naar huis ging. “Dus jij hebt altijd al voor mij gezorgd?” “Ja, vanaf dat jij er bent, ben ik er voor jou.”

Ze praten nog een tijdje door over mijn ziek-zijn tijdens de zwangerschappen en dat ze blij waren dat ik niet dood gegaan was. Over het feit dat er echt geen baby’s meer mogen komen om mama te beschermen waren ze het roerend met elkaar eens. Ze giechelden zachtjes over de kennis die ze hebben van de bloemetjes en de bijtjes en af en toe werden er dingen gefluisterd, waarvan ik de delen die ik wél verstond, maar niet zal herhalen. Ik genoot van hun broedergesprek en luisterde, hier en daar mijn lach inhoudend, stiekem mee. Wat zijn ze toch leuk samen..

Vandaag werd de fiets van jongste bezorgd. Vanwege zijn hersenletsel lukt het hem nog niet om een normale fiets in balans te houden, dus heeft hij een driewieler gekregen. Bij het revalidatiecentrum heeft hij al druk geoefend en hij was zo ontzettend blij dat hij eindelijk kon fietsen. Hoewel hij er al weken naar uit keek, was hij de afgelopen dagen ineens niet meer zo positief. Toen de bezorger van de zorgwinkel kwam om de fiets te leveren en af te stellen op zijn lengte, was hij zo ontzettend boos. Hij huilde, schreeuwde en sloeg om zich heen. “Ik ga niet op zo’n fiets! Ik doe het niet! Nooit!” Zachtjes fluister ik: “Lieverd, als je wilt mag de fiets ook een half jaar in de schuur staan, je mag fietsen als jij er klaar voor bent.” We stelden de fiets af en daarna dook hij boos in het hoekje van de bank.

“Ik wil niet anders zijn dan andere kinderen! Iedereen heeft een gewone fiets en dan vinden ze het heel stom dat ik een driewieler heb!” roept jongste boos uit. Arm ventje.. Oudste draaide zich om vanuit zijn stoel en zei: “Weet je.. je mag juist trots zijn op wie je bent! Zo erg is het niet om anders te zijn dan andere kinderen.. Normaal is ook zo saai! Jij mag op zo’n coole fiets, dat mag bijna niemand!” Mijn mond zakte open van verbazing. Dit is dezelfde jongen die zijn anders-zijn regelmatig vervloekt! Jongste keek hem aan en was even stil. Ik zag de knop in zijn hoofd omgaan.

Een half uur later waren we, alle drie op onze eigen fiets, onderweg naar de winkel. Jongste vond het erg spannend en zwaar vanwege zijn geringe conditie. Hij zette door onder aanmoedigingen van zijn grote broer en na een kwartiertje waren we bij de winkel. Hij stapte af en leerde van ons hoe je een fiets op slot zet. Hij hield de sleutels in zijn handen en zijn ogen straalden! “Wauw mam.. ik voel me ineens zo ontzettend groot!”

Oudste keek me aan met een betekenisvolle glimlach en ogen die eindelijk weer mee lachten. Ik keek trots en met lichtelijk vochtige ogen naar beide mannen. Jongste heeft gefietst en ontzettend doorgezet. Oudste hervond zijn veerkracht door het steunen en bemoedigen van zijn broertje.

Missie voor vandaag: geslaagd! 


JIJ WAS NIET GENOEG

December 2018

Je ligt te slapen in de stoel. Jouw lichaam onmogelijk opgevouwen. Het is kwart voor negen, voor jouw doen ontzettend vroeg. Je bent op.

Je hebt sinds de start van het nieuwe schooljaar het uiterste van jezelf gevergd. Je wilde zo graag op school blijven, maar het was niet genoeg.
Je bent boos, woedend.. Je bent verdrietig, ontroostbaar.
Ik snap zo goed waarom..

Wekenlang leefde je naar het moment toe dat jouw inzet werd beloond en dan komt de genadeklap. Alles heb je gegeven, maar jij past niet in het systeem en het systeem kan (nog) niet passend gemaakt worden voor jou.
Je vertelt dat je het gevoel hebt dat je het nooit goed kan doen. Ook al doe je nog zo je best.
Je vertelt dat je het gevoel hebt dat je geen eerlijke kans hebt gekregen, dat je verbannen bent.
Je voelde je schuldig tot het tegendeel bewezen was. En ondanks het opstapelende bewijs dat je onschuldig was, was het niet genoeg.
Jij was niet genoeg.

Alle vermoeidheid komt er nu uit. En alle boosheid, al het verdriet en de wanhoop. Je richt je op degene die het veiligst is. Ik laat je schelden, vloeken, tieren, krijsen. Het moet er uit. Hoe moeilijk ik het ook vind om jou zo te zien, dit is beter dan alles binnenhouden. Als je weer wat rustiger wordt komt het schuldgevoel. Nu heb ik mama ook nog pijn gedaan..

Ik houd je vast en knuffel je. Wat je ook tegen mij zegt, hoe je ook tegen mij doet, ik weet dat het niet echt op mij gericht is. Ja, het doet me pijn. Het doet me ontzettend veel pijn. Niet omdat ik me gekwetst voel door jou, maar omdat jouw pijn de mijne is.
Ik vertel je elke keer opnieuw dat ik van je houd en jouw gevoel begrijp. Dat we hard werken aan een oplossing en dat ook jij op een dag weer kan lachen en je gelukkig zal voelen. Je vindt het moeilijk om te geloven, maar ergens zie ik nog een sprankje hoop in jouw holle ogen.

Voor mij zal jij altijd genoeg zijn, meer dan genoeg. Ook als je boos bent of verdrietig, als je schreeuwt of als je huilt. Nooit zal jij je hoeven bewijzen, nooit zal je schuldig zijn tot het tegendeel bewezen is. Nooit zal je verbannen worden uit mijn huis of uit mijn hart.
Jij bent zo mooi, zo lief, zo zorgzaam en het zo ontzettend waard.

Gisteren was ik met jouw foto’s van vroeger bezig. Twee prachtige, stralende ogen kijken me aan. Hoe ouder je wordt op de foto’s hoe triester jouw ogen staan. Het doet me pijn om te zien en tegelijkertijd weet ik dat dat stralende koppie mijn echte zoon is. Dat ergens achter die gepijnigde blik dat lieve, blije, sociale mannetje verstopt zit. En dat mannetje komt terug.
Misschien niet morgen of overmorgen, maar hij komt terug. Jij komt terug.
En tot die tijd, en daarna, zal ik je altijd troosten, gerust stellen, vasthouden en eindeloos liefhebben.


DEEL 1: IN DE OGEN VAN:

HET KIND

November 2018


Als ik de klas binnenkom en naar juf kijk, voel ik iets wat ik niet kan verklaren. Haar ogen zijn anders dan normaal. Het maakt me onrustig en ik kan het gevoel niet loslaten. Ik ga aan mijn tafel zitten en begin met het half uur stil lezen. Het boek is niet echt interessant, maar ik probeer mijn aandacht erbij te houden. Af en toe kijk ik even naar juf. Ik probeer te peilen hoe ze zich voelt vandaag en wat ik kan doen om haar niet boos te maken. Ze merkt dat ik naar haar kijk en zegt: “Sil, lees je even verder?” Ik hoor de lichte irritatie in haar stem. Snel richt ik mijn blik weer op mijn boek en probeer het verhaal weer op te pakken. Als ik de bladzijde uit heb weet ik niet meer wat ik gelezen heb en ik begin opnieuw.

De jongen achter mij tikt met zijn voet tegen de grond. Een jongen aan de andere kant van de klas kletst stiekem met zijn buurmeisje. Ik kan me niet concentreren en mijn gedachten dwalen weer af. Ik kijk even naar de juf. Net op dat moment kijkt ze me recht aan. Ik voel mijn wangen rood worden en kijk snel weer naar mijn boek. Ik hoor hoe ze naar mijn tafel loopt. Mijn hart klopt razendsnel in mijn borst en ik voel de tranen opkomen. Waarom reageer ik altijd zo overdreven! Juf staat naast mijn tafel en zegt: “Sil, ik vroeg je net ook om verder te lezen. Kom op man, pak je boek weer op.” Ze klinkt boos en ik buig me nog dieper over mijn tafel. “Zit even rechtop Sil en kijk me aan als ik tegen je praat!” Ik ga snel rechtop zitten en veeg met mijn duim een traan weg. Ik zie de bladzijden niet meer, maar blijf er naar staren in een poging om te lezen. Juf slaakt een zucht en loopt verder.

We beginnen met rekenen. Ik hoor de uitleg van juf, maar ze vertelt zoveel dat het me verwart. Ik probeer de sommen te maken, maar lijk er niet doorheen te komen. Straks heb ik het weer niet af.. Juf loopt langs. Ik leg mijn hand snel half op mijn schrift, maar ze ziet toch dat ik nog maar 2 sommen heb gemaakt. “Is dat alles? Je bent al een kwartier bezig. Zo moeilijk is het toch niet?” Ik vraag om een uitleg. Juf kijkt me ongeduldig aan en legt de sommen nog een keer kort uit. Volgens mij zei ze het zopas anders. Toch? Ik durf niet te vragen wat ze bedoelt, straks wordt ze boos, en ik zeg dat ik het snap. Juf loopt gelukkig door. Het lukt me niet meer om de andere sommen te maken. Ik vraag mijn buurman om uitleg. Halverwege mijn zin schrik ik van de harde stem van juf. Ze roept vanaf de andere kant van de klas: “Sil, niet kletsen!” Ik buig me snel weer over mijn schrift, maar meer dan de 2 al gemaakte sommen krijg ik niet op papier.

Het is tijd voor eten en drinken. De kinderen lopen allemaal door elkaar, praten hardop en alle papiertjes van koekjes ritselen hard in mijn oren. Terwijl we eten zet juf het jeugdjournaal aan. Ik zie dat ze op haar telefoon kijkt. Ze heeft een verdrietige blik in haar ogen. Wat zou er aan de hand zijn? Heeft ze ruzie? Is er iemand ziek of.. erger? Ik kan het niet loslaten en als we naar buiten lopen voor de pauze vraag ik aan juf of alles goed gaat met haar. Juf zegt: “Natuurlijk Sil, vooruit lekker spelen nu.” Ze loopt door naar het plein en ik blijf achter met een naar gevoel in mijn buik. Ik ga op het bankje zitten en wacht tot de pauze voorbij is. De andere kinderen rennen lachend over het plein. Zien ze dan niet dat het niet goed gaat met juf? Hoe kunnen ze zo vrolijk zijn?

Ik zie juf praten met de juf van de andere klas. Ze kijkt een paar keer mijn kant op en knikt met haar hoofd in mijn richting terwijl ze met een geïrriteerde blik praat. Hebben ze het nu over mij? Heb ik iets verkeerd gezegd? Ik raak er van in de war en weet de rest van de ochtend geen raad met mijn gevoel.

Als ik om 12 uur eindelijk naar huis mag, stort ik me op de bank. Ik ben moe, meer dan moe, uitgeput. Mama geeft me een broodje, maar mijn buik doet pijn. Bezorgd kijkt ze me aan. Ik weet dat ze zich vaak zorgen maakt om mij, dus ik zeg dat ik nog geen trek heb. Dat ik moe ben omdat ik zo hard naar huis ben gefietst. Ik wil niet dat ze nog meer zorgen heeft. Ze kijkt me even aan en geeft me dan een knuffel. “Eet het straks maar op lieverd. Eerst maar even bijkomen.”

Om 1 uur sta ik van de bank op om weer naar school te gaan. Mijn benen voelen zwaar aan en ik wil het liefst in bed gaan liggen. Ik sleep mezelf naar school en ga weer aan mijn tafel zitten. Mijn hoofd leunt op mijn handen en ik zit onderuitgezakt op mijn stoel.

Het is donderdag realiseer ik me.

Gelukkig nog maar één dag..

 

DEEL 2: IN DE OGEN VAN:

DE JUF

November 2018

Als ik de klas binnenkom en de lichten aandoe bekruipt me een verdrietig gevoel. Ik weet al weken dat vandaag weer komt, maar het blijft een moeilijke dag. Ik loop naar het plein en zie de kinderen van alle kanten aankomen. Ze lopen naar hun vrienden en spelen samen. Mijn collega drukt op de bel en met mijn klas loop ik naar binnen. Als we allemaal rustig zitten komt Sil binnen. Hij mag altijd iets later komen, omdat hij snel overprikkeld raakt. Hoeft hij niet door alle kinderen heen te ploegen en start zijn dag wat rustiger. Hij kijkt me met zijn doordringende blik aan, knikt even en loopt naar zijn plaats. Hij pakt zijn boek en begint met stil lezen. So far, so good.. Na een paar minuten voel ik zijn ogen in me branden. Het geeft me een ongemakkelijk gevoel. “Sil, lees je even verder?” Fijn, hij kijkt weer naar zijn boek.

Ik kijk nog even de rekenles voor straks door, staartdelingen achter de komma. Eerlijk gezegd ben ik af en toe opgelucht dat ik ze zelf op kan lossen. Hier moet ik echt even mijn aandacht bijhouden. Ik kijk even de klas rond en zie Sil naar me kijken. Hij wordt rood en buigt zich snel over zijn boek. Ik loop even naar hem toe. Als ik naast hem sta, zie ik hem in elkaar gedoken zitten. Ik zeg: “Sil, ik vroeg je net ook om verder te lezen. Kom op man, pak je boek weer op.” Die houding kan niet goed zijn voor je rug. “Zit even rechtop Sil en kijk me even aan als ik tegen je praat.” Dat is beter.. Ik slaak een zucht. Zo lastig om hem te peilen.. Ik heb een heel dossier over Sil; hoogbegaafd, hoogsensitief, faalangst. Ik doe mijn best, maar heb vaak het gevoel dat ik niet tot hem doordring.

Ik leg de rekenles uit en de kinderen gaan aan het werk. Ik loop mijn rondje door de klas en geef hier en daar een extra uitleg. Als ik bij Sil langs loop, zie ik hem snel zijn hand op zijn schrift leggen. 2 sommen.. “Is dat alles?” vraag ik. “Je bent al een kwartier bezig. Zo moeilijk is het toch niet?” Hij is hoogbegaafd, dan zou hij dit toch moeten kunnen? De anderen doen het ook best goed moet ik bekennen. Het zou voor hem een eitje moeten zijn. Toch? Ik geef hem nog een korte uitleg, sla een paar stappen over, want die snapt hij vast wel, en vraag hem of het nu duidelijk is. “Ja, nu snap ik het juf.” zegt Sil. Mooi, dan maak ik mijn rondje even af. Als ik bij de laatste tafeltjes aangekomen ben hoor ik Sil kletsen met zijn buurman. “Sil, niet kletsen!” zeg ik en hij gaat weer verder met zijn sommen.

Het is tijd voor eten en drinken. De kinderen lopen naar de bakken met fruit, koekjes en hun bekers en nemen het mee terug naar hun plek. Ik zet het jeugdjournaal aan en de rust keert terug. Even het nuttige met het aangename verenigen. Ik kijk op mijn telefoon. Even 10 minuten rust. Op mijn scherm zie ik meerdere appjes. Ik open de app en lees ze door. Allemaal hebben ze dezelfde strekking. “Sterkte.” “Ik denk aan je” en meer van die woorden die, hoe lief ze ook zijn bedoeld, de lading nooit zullen dekken.

Ik zeg tegen de kinderen dat het pauze is en dat ze hun jassen aan mogen trekken. Sil wacht me op in de gang en vraagt of het wel goed met me gaat. “Natuurlijk Sil, vooruit lekker spelen nu.” Ik loop snel door. Wat moet ik daar nu op zeggen? Ik weet hoe gevoelig hij is. Ik kan hem moeilijk vertellen dat het de sterfdag van mama is. Ik houd mijn tranen in en ben blij als ik eenmaal buiten de wind langs mijn gezicht voel. De kinderen rennen en lachen. Ik ga naast de juf van de andere klas staan. “Gaat het een beetje?” vraagt ze. Ik slik even en vertel dat ik het toch best moeilijk heb. Ik probeer er niet teveel aan te denken tijdens het werk, maar jeetje.. ik mis mama zo..

Ik scan het plein even snel en zie Sil op een bankje zitten. Hij kijkt me verdrietig aan. Ik zeg tegen mijn collega dat het me weleens irriteert dat hij dwars door me heen lijkt te kijken. “Hij vroeg me net nog of het wel goed met me gaat.” Ze kijkt naar Sil. Vorig jaar zat hij bij haar in de klas. Ze vond het best lastig, maar had toch een goede klik met hem. Ik wilde dat ik hem ook kon helpen en voel me soms behoorlijk machteloos.

Om 12 uur gaan de kinderen thuis lunchen en besluit ik even een rondje te gaan lopen. Even opladen en dan nog de middag overleven. Het klinkt wat zwaar, maar zo voelt het vandaag wel voor mij. Ik ga na het werk nog even langs het graf van mama. Een paar bloemen leggen en de steen schoonmaken. Ik zie er tegenop, maar wil dit graag doen voor haar. Ik voel me moe. Deze week kan niet snel genoeg voorbij zijn.

Gelukkig is het donderdag.

Nog één dag.. 


BROEDERLIEFDE

November 2018 

Oudste heeft net donderdag te horen gekregen dat hij nog 4 weken op zijn school mag blijven en daarna niet meer welkom is. Hij heeft zo ontzettend zijn best gedaan, maar het was blijkbaar niet genoeg. We zijn met een alternatief plan bezig, maar dat heeft wat tijd nodig. Oudste was zo verdrietig, boos, teleurgesteld.. zijn rechtvaardigheidsgevoel speelde behoorlijk op. “Ik heb alles gegeven mama, maar als iemand je niet mag lig je er dus gewoon uit.. ik heb geen eerlijke kans gehad.” En toch.. hij lijkt niet te breken. Hij buigt mijlenver door, maar breekt niet. Hij droogt zijn tranen, geeft aan dat hij het even niet trekt om “gewoon” naar school te gaan de volgende dag en als ik hem vertel dat hij best een baaldag in mag zetten, ontspant hij en neemt even wat tijd voor zichzelf om tot rust te komen.

De dagen die volgen zijn wisselend. Hij heeft het moeilijk, maar probeert ook te genieten van de mooie dingen. Als we vrijdag samen onderweg zijn in de auto krijgt hij het te kwaad en zegt: “Ik wil zo graag allemaal vreselijke woorden roepen over school en de juf en de hele situatie. Ik weet dat ik niet hoor te schelden, maar het moet er gewoon uit!” Ik vraag hem het autoraam open te doen. Hij kijkt me twijfelend aan, maar doet het toch. “En nu?” “Nu scheld en schreeuw je zo hard als je kan en ik doe net alsof ik het niet hoor.” “Mag dat echt?” Ik wijs naar het raam en knik. Hij steekt zijn hoofd er half uit. Hij brult, schreeuwt en scheldt zo hard en zo intens. Mijn hart verkrampt bij het horen van zoveel pijn. Zijn verdriet, boosheid en frustratie worden meegenomen door de wind. Hij doet zijn raampje weer dicht en lijkt opgelucht. Dan betrekt zijn gezicht even. “Wat als de mensen in de andere auto’s het gehoord hebben?” “Jammer dan!” zeg ik resoluut en hij glimlacht. De muziek gaat weer wat harder en hij zingt mee met de liedjes die hij hoort.

Het plan dat we uit willen rollen voor de rest van het schooljaar en volgend jaar bespreken we meerdere malen met elkaar en hij krijgt er steeds meer vrede mee. Uiteindelijk kan hij zeggen: “Mama, als ik op een plek ben waar ik niet begrepen word is dat alleen maar slecht voor mij. Misschien is het toch beter zo..” Wat is hij toch sterk.. Wat is het jammer dat hij zo vaak sterk moet zijn..Jongste gaat sinds deze week alleen nog de ochtenden naar school, omdat zijn overprikkeling zo heftig is dat hij de rest van de dag in de hoek van de bank ligt. Hij had vele conflicten met de juffen, voelde zich niet begrepen en verveelde zich in de klas.

Als hij deze week een vervangende juf krijgt is hij helemaal gelukkig. “Het ging gewoon de hele ochtend goed mama! Niemand werd boos op mij en ik was alleen maar blij!” De middagen vrij doen hem goed. Hij heeft veel meer energie, speelt weer lekker in de middag en wil zelfs weer vriendjes uitnodigen! Wat kunnen rust en begrip veel doen voor een kind. 

Vanochtend stormde mijn jongste huilend naar de zolder na een ruzietje met de oudste. Oudste rende er achteraan en na een eerste “Wat doe je in mijn kamer?” hoor ik de mannen smoezen met elkaar. Oudste ziet al snel dat de boosheid van jongste eigenlijk ergens anders vandaan komt en omarmt hem met zijn broederliefde. Jongste gooit al zijn verdriet en frustratie eruit en dan is het de beurt aan oudste. Ze gaan beiden helemaal los op school, het systeem, de leerkrachten die hen niet begrijpen en er komen termen langs.. Ze sussen elkaar hierin. “Zachter hoor! Dat mogen we van mama niet zeggen.” Glimlachend sta ik te luistervinken bij de trap. Wat zijn ze toch leuk!

Ik zie en hoor de echte broederliefde. Elkaar eerst flink opjutten en vervolgens gebroederlijk mopperen en schelden op het leven dat anders loopt dan gedacht. Ze zeggen weleens afzonderlijk van elkaar: “Als jij en papa er later niet meer zijn, dan heb ik niemand meer die me begrijpt..” Het luistervinken bevestigde weer mijn gevoel: Jawel hoor lieve mannen, jullie hebben elkaar!  

 

 

NIET TE VATTEN IN EEN WOORD

Oktober 2018 

Jij bent zoveel fijne dingen, niet te vatten in één woord

Je bent mijn liefste, mooi, bijzonder

Je bent uniek, een levend wonder

En jouw humor, ongehoord  

Jij bent speciaal voor mij mijn denker, zo intens en authentiek

Je bent loyaal, integer, eigenwijs

Je bent een spons, zo vroeg al wijs

en bijzonder energiek  

Jij bent mijn alles en neemt me mee in jouw onbegrensde fantasie

Je bent nieuwsgierig, observerend

Je bent ruimdenkend en zelflerend

En verlangt naar autonomie  

Jij bent zo zorgzaam en barmhartig, voelt in alles zo intens

Je bent rechtvaardig, eigenzinnig

Je bent wilskrachtig en scherpzinnig

En bovenal een heel puur mens  

Jij bent krachtig en zo dapper, je buigt maar barst gelukkig niet

Je bent flexibel en gedreven

Je bent rijk in jouw beleven

Verrassend hoe jij de wereld ziet  

Jij bent voor altijd geworteld in de harten van vele mensen

Je bent zo kwetsbaar en empathisch

Je bent zo sterk en ook pragmatisch

Jij vervult mijn diepste wensen  

Jij bent zoveel fijne dingen, niet te vatten in één woord

Je bent uniek, een levend wonder

Zo bijzonder, ongehoord.. 


 

HET PAPIEREN KIND

Oktober 2018

Vaak komt hij even bij me zitten en dan kletsen we over van alles. Regelmatig valt het dan even stil en zie ik hem denken. Als ik hem vraag waar zijn gedachten naar toe gaan vertelt hij me zijn zorgen. Bijna altijd gaan zijn zorgen over een ander. Over zijn broertje, vader of mij. Over familieleden, klasgenoten, vrienden. Zo volwassen in zijn denken, zo gul in zijn liefde.

Dat is mijn zoon! De echte dan.. 

Vandaag gingen we even samen eten, ik en de jongens. Wij hadden 2 menukaarten in handen. Op een gegeven moment zie ik hem omkijken, zich geen seconde bedenken en zijn menukaart aan een oude dame geven die niets had. Ze was zo dankbaar en hij vond het zo vanzelfsprekend.

Dat is mijn zoon! De echte dan..

Al bijna 6 weken zwoegt hij elke schooldag 40 minuten heen en 40 minuten terug op de fiets naar school. Bij zon, maar ook bij regen of heftige tegenwind. Niet na een week al fietsmoe.. Hij zet door en doet het “gewoon”! Inmiddels zit hij de hele ochtend in de klas, de middagen houden we vrij. Hij doet mee met bijna al het werk, zij het met frisse tegenzin of een opmerking over het nut van het werk. Gym is nog een dingetje, maar oké.. hij heeft 80% van zijn leerdoelen in die kleine 6 weken gehaald. Ik vertel hem elke dag hoe ik zijn doorzettingsvermogen bewonder. Hij weet nu waar hij het voor doet, is gemotiveerd en kent de consequenties als het niet lukt. “Eigenlijk heb ik de hoop dat ik mag blijven al opgegeven mama, maar voor het geval dat het toch mag probeer ik het toch heel hard.”

Dat is mijn zoon! De echte dan..

En precies die consequenties vind ik zo oneerlijk voor een kind als hij. Een kind dat van nature puur, open, sociaal en ontzettend leergierig is. Elke volwassene was zijn vriend. Door het keurslijf van, voor hem, niet passend onderwijs en het tegenkomen van de verkeerde volwassenen veranderde hij. Gesloten, achterdochtig, bore-out, gedrag.. Consequenties die absoluut niet gaan gebeuren wat mij betreft, maar waar wel mee geschermd wordt als laatste optie. Het SBO dat niet ingericht is op uitzonderlijk begaafde kinderen (en dat nog even in groep 8 na school 4). Of erger: een dagkliniek met isoleercel.

Hoeveel kinderen zitten in die kliniek, of hebben daar gezeten, niet met heftige stoornissen, maar jongens en meiden net als hij? Ik ken een paar van deze kinderen.. stuk voor stuk beschadigd door het systeem, maar werkelijk schatten van kinderen als je betrouwbaar blijkt te zijn. 1 van deze kinderen ging dagelijks in de isoleercel.. 9 jaar is hij.. De pijn die je achter zijn blik ziet zou geen kind mogen uitstralen. “Het is toch beter dan thuiszitten.” wordt er dan gezegd. Hebben ze enig idee hoe beschadigend deze aanpak is voor kinderen die het vertrouwen in grote mensen al zijn verloren? Hebben ze de pijn gezien in de ogen van de jongens die ik ken? Of zijn dit net als mijn zoon papieren kinderen?

Het papieren kind is keer op keer verfrommeld en vertrapt. Zijn hele lijf bestaat uit kreukels. Kreukels die wel minder diep worden als je maar lang genoeg over zijn ziel streelt, onvoorwaardelijke liefde geeft en begrip toont, maar die nooit helemaal zullen verdwijnen. Het papieren kind dat niet door iedereen aan de beslissende tafel vol mensen in de ogen is gekeken. Dat voor hen bestaat uit regeltjes tekst in de mail of in het leerlingvolgsysteem. Dat niet past, dus moet vertrekken.. 

Het papieren kind..

Dat is mijn zoon! Maar niet de echte dan.. 


ALS IK NAAR JOU KIJK

Oktober 2018  

Als ik naar jou kijk, dan zie ik jouw onschatbare waarde

Jouw ogen en jouw schaterlach

Jouw goede, fijne, blije dag

Autonoom en recht door zee

Een eigen knotsgek goed idee

Met beide benen op de aarde  

Als ik naar jou kijk dan zie ik jouw oneindig mooie kant

Jouw eigen stijl met roze/blauw haar

Anderen? Die kletsen maar

Je kiest jouw weg, weet wat je wilt

Van nature zacht en mild

Ondeugend en leuk bijdehand  

Als ik naar jou kijk, dan zie ik jou zoals je bent

Jouw grote hart met vele krassen

Jouw ziel die soms niet lijkt te passen

Eigenwijs, rechtvaardig en oprecht

Vaak niet gedacht, maar wel gezegd

Verlegen door een compliment  

Ik zou wensen dat ik mijn ogen, oren en gevoel

Aan een aantal mensen te leen kan geven

Om te zien hoe lang jij al moet overleven

Om te horen hoe jij vecht en zucht

Om te voelen hoe je snakt naar lucht

Dan zouden ze eindelijk weten wat ik bedoel  

Als ik naar jou kijk, dan zie ik jou in al jouw jaren

Mijn baby, peuter, kleuter, zoon

Ik zie jou als een echt persoon

Jouw mening doet er altijd toe

Het vechten maakt ons beiden moe

Het liefst zou ik jouw hart in een doosje bewaren      


EINDELIJK! September 2018

  

De kop is er af. De eerste schoolweek is voorbij en het is weer heerlijk weekend. Even op adem komen voor alle kinderen na een week vol nieuwe juffen, meesters, klascombinaties, etc.

Het nieuwe schooljaar begon voor oudste met veel tranen. In de zomervakantie is hij 11 geworden en we hebben vorig jaar afgesproken dat hij dan EINDELIJK de 40 minuten naar school op de fiets mag gaan doen. Helemaal alleen.

Oudste heeft vorig jaar een enorme angst ontwikkelt omtrent het ophalen. Het idee dat ik misschien te laat kom, wat er dan gebeurd zou kunnen zijn en hoe dat zijn leven zou kunnen gaan beïnvloeden.. Het werd hem allemaal te veel en beheerste zijn leven. Hij smeekte om zijn autonomie: “Laat me alsjeblieft fietsen mama, dan hoef ik niet meer bang te zijn..” Maar 40 minuten heen en 40 minuten terug.. ik vond (en vind 😉) het nogal wat. Zeker voor een kind dat in zijn hele leven misschien 50x op zijn fiets heeft gezeten. Te moe, te lusteloos, te .. noem maar op om in beweging te komen.

En dan ben je EINDELIJK 11, ga je naar groep 8, mag je fietsen, begint de eerste schoolweek, en.. laat je jouw jas met daarin het enige exemplaar van de fietssleutel bij opa en oma in Friesland liggen. Oudste was compleet van zijn stuk. We waren niet in de gelegenheid om nogmaals heen en weer te rijden en de pakketpost kon niet sneller dan snel, dus de eerste 2 dagen was het toch nog gebracht en gehaald worden door mama. Hij hoeft maar anderhalf uur per dag naar school, maar huilde maandag en dinsdag onafgebroken. Juf belde: “Hij is niet te troosten.. zo bang..” Het huilen van angst was ook één van de redenen dat hij vorig jaar amper op school aanwezig was. Ik moet eerlijk bekennen dat ik me afvroeg wat een fietsritje daar aan zou veranderen. Zou dat nou echt zoveel verschil maken?
 

Afgelopen woensdag kon hij EINDELIJK op de fiets naar school. Hij sms’t als hij aankomt en vertrekt, zodat deze toch ietsepietsie bezorgde mama weet dat het goed gaat, maar verder moet ik hem loslaten. Om 11 uur komt hij thuis en heeft het werk mee dat hij nog moet maken. Hij heeft voor het eerst in een half jaar de hele tijd in de klas gezeten en niet alleen dat. Hij heeft zelfs gewerkt in de klas! Vol trots en nieuwe moed vertelt hij van zijn avonturen. Mijn mond valt open van verbazing. Ik geef hem een dikke knuffel en vertel hem dat ik trots ben. Trots omdat hij al die tijd al wist wat hij nodig had en het ook nog uitvoert, hoe spannend dat ook is.

De rest van de week gaat exact hetzelfde. Hij zet zijn wekker om 6.45 uur, frist zich op, kleedt zich aan, maakt ontbijt, voert de hond en laat hem uit, zet zijn tas klaar met daarin eten, drinken en zijn boeken en om 7.50 uur fietst hij weg van huis. Klokslag 8.30 uur krijg ik een sms dat hij er is en klokslag 10.15 uur dat hij weer gaat fietsen. Waar ik hem normaal door de ochtendspits moest dirigeren met aanwijzingen, hoor ik nu: “heb ik al gedaan mam!” of “Ja, ben ik nu aan het doen!” Vanochtend heb ik mijn aanwijzingen maar helemaal achterwege gelaten. Hij kan én doet het nu zelf.

Oudste heeft de week van zijn leven gehad! Hij geniet van zijn vrijheid, zijn zelfstandigheid en ik zie hem in 3 dagen 3 jaar ouder worden. Hij ontspant, maakt eigen keuzes, doet thuis het werk wat nog niet af is en ook nog zonder al te veel gezucht en gesteun. Voor het eerst in bijna een jaar heeft hij zijn rust weer gevonden!Wat is het heerlijk om hem zo te zien. Hij kan weer alleen zijn, plannen maken en hij krijgt weer lucht. EINDELIJK! En volgende week? “Ik denk dat ik het wel red om de hele ochtend te gaan mam. En misschien die week erna ook een middag of meer.” Vol trots kijkt hij me aan en zijn ogen staan weer open en helder.
 

En jongste? Toen ik vanochtend beneden kwam lag mijn tas op een bijzettafeltje onder het stopcontact. Er hing een snoer uit. In mijn tas lag zijn Nintendo met een briefje er op: “Neem mee” Jongste kan door zijn hersenletsel amper schrijven. Het kost hem heel veel tijd en energie met een niet altijd even leesbaar resultaat, maar het briefje is overduidelijk van hem. Op de bank zit hij, aangekleed en wel, een broodje te eten. Hij lacht naar me en zegt: “ik heb mijn Nintendo alvast in jouw tas gedaan met een briefje erop en hij is alvast aan het laden. Als we vanmiddag naar Heliomare gaan, dan wil ik die graag mee voor in de auto. Nu vergeet je het niet denk ik.” Hij kijkt weer voor zich en neemt nog een hap van zijn ook overduidelijk zelfgemaakte ontbijt. Een broodje vlokken, zonder boter en zonder bord, dus meer vlokken op de bank dan in zijn mond. Maar jeetje.. wat maakt het uit.. dat trotse koppie is het zo waard!

Volgens mij is autonomie aanstekelijk 😉       


“Waarom vertrouw je mij nou niet mama..?”

Augustus 2018  

au·to·no·mie (de; v)

1.           Zelfbestuur

2.           Zelfstandigheid “Geef ze hun autonomie!”, “Ze zijn ook zo autonoom..” van uitroep tot verzuchting, je hoort het woord autonomie regelmatig in combinatie met hoog- en uitzonderlijk begaafde kinderen.   

Als moeder van een uitzonderlijk begaafd kind met niet aangeboren hersenletsel (NAH) is dat een bewerkelijk woord voor mij. Enerzijds heeft jongste het heel hard nodig om zelf beslissingen te maken, op zijn eigen manier aan het werk te gaan en zelf aan te mogen geven wat hij wel en niet wil/prettig vindt. Anderzijds (NAH-zijds) heeft hij erg veel moeite met impulsbeheersing, concentratie, zijn motoriek en extreme prikkelverwerkingsproblematiek waardoor ik hem vaak moet beschermen of helpen. Hij krijgt zijn autonomie dan ook in veel gevallen, maar er zijn momenten waarop ik hem dat niet kan geven. Als hij bijvoorbeeld denkt dat je prima een drukke weg over kan rennen, in het 3 meter bad kan springen zonder zwembandjes (en zonder diploma) of ruzie maken met kinderen die een jaar of 6 ouder en 3 koppen groter zijn, waarbij hij echt denkt dat hij ze allemaal aankan. Nou ja denken.. hij doet het gewoon.

Jongste kan geen seconde uit het oog verloren worden, tenzij hij op een afgesloten terrein is met dubbele grendels op de deuren en ramen. Dan nog loop je kans dat hij ergens iets heeft gevonden waarmee hij afdrukken op de muren kan maken van zijn handen (verf/benzinestiften/etc.) om je vervolgens schuldbewust aan te kijken als je weer een nieuw kunstwerk ontdekt en hem een groot vel papier geeft. “Schilder daar maar op lieverd, dan ga ik de muur even schoon maken. ”De zweet-op-mijn-rug en even-tot-10-tellen momenten zijn talrijk, maar je wil hem als moeder ook zo graag los kúnnen laten. Zeker gezien het feit dat hij smeekt om zijn autonomie. Hij zegt dagelijks: “Ik ben al 7 mam!”, “Ik kan het echt wel zelf..” of erger: “Waarom vertrouw je mij nou niet mama..”

Wat een heerlijke combi; uitzonderlijk begaafd en NAH.. We hebben samen besproken waarom een aantal dingen echt nog niet kunnen (en hoeveel dingen inmiddels al wel) en dat we hier hard aan blijven werken, maar daar wil meneer niets van weten. “Die hersenen zijn allang weer beter hoor mam, ik was nog maar 11 maanden toen ze stuk gingen. Dat is al meer dan 6 jaar geleden!” Ik schiet vol als hij dat zegt. Was het maar waar.. ik gun het hem zo.. Een kind van 7 vindt het niet meer fijn om geholpen te worden op de wc, steeds te merken dat iets nog niet zelf lukt of om weer achterop te moeten, omdat zelf fietsen nog een stap te ver is.

Ik wilde dat ik kon zeggen: “Ga maar hoor! Veel plezier!” of “Hoe was jouw schoolreisje?” in plaats van: “Sorry lieverd.. ik kan deze keer echt niet mee, dus jij ook niet..”

Gisteren gingen we naar Slagharen. Het begon heftig, want er was een overload aan prikkels en we waren alle vier binnen een uur weer klaar om naar huis te gaan. Lange rijen, mensenmassa’s, overal geuren, kleuren en geluiden. We besluiten toch nog even door te zetten en kiezen een attractie waarbij je binnen in de rij staat, met een extra pad ernaast. De jongens kunnen halverwege nog even snel naar de wc en hangen in palen en liggen op boomstammen. We laten ze lekker gaan. Om tussen al die mensen in te moeten staan is voor ons als volwassenen al een hele opgave, voor de jongens is het echt te veel gevraagd. Als we na 20 minuten in kunnen stappen genieten ze enorm van de attractie en hun lachende snoeten maken ook mij weer blij. We besluiten nu een paar attracties te nemen waar we buiten moeten wachten. Jongste durft alles en is elke keer weer blij als hij volgens de meetlat groot genoeg is om onder begeleiding mee te gaan.  

Op een gegeven moment komen we bij een schip voor de jongere kinderen. Jongste heeft de meetlat al weer gevonden en mag tot zijn vreugde zelfs helemaal alleen in het schip. Alleen.. had ik dat niet helemaal door en zat al naast hem toen de hekjes dicht gingen. Zijn “impulsbeheersingdingetje”, zoals man en ik het onder 4 ogen noemen, kickt in en daar komt het: schreeuwen, schelden, huilen. Hij haat me, ik ben de slechtste moeder van de hele wereld en erger.. Ik blijf rustig en benoem zijn gevoelens terwijl het apparaat in beweging komt. Hij legt huilend uit dat hij dit alleen mocht doen en ik niet naast hem had mogen gaan zitten. Ik zeg hem dat ik het niet door had en dat ik er nu niet meer uit kan, maar.. ik zal de volgende ronde op de grond blijven staan. Jongste kalmeert nu gelukkig snel. 

Als de rit klaar is wil hij direct nog een keer. Oudste wil met hem mee en dat mag, maar hij mag van jongste niet naast hem gaan zitten. Oudste accepteert dit direct en gaat aan de andere kant van het schip zitten. Samen met mijn man kijk ik naar jongste tijdens de rit. Hij lacht van oor tot oor en geniet. De derde rit wil hij echt helemaal alleen. In tijden heb ik jongste niet zo zien stralen. Hij joelt het uit van plezier en de andere mensen in het schip worden blij van hem. Blij van het pure genieten van een kind. Oudste zit naast me, kijkt met een vertederde glimlach naar zijn broertje en legt zijn hoofd tegen mijn schouder “Hij is echt zo blij mama, ik vind het zo fijn voor hem..”

Het eerste heftige uur is allang weer vergeten en de jongens genieten enorm van de rest van de middag. Uiteindelijk hebben ze het 6 uur lang volgehouden en wilden ze steeds meer attracties uitproberen. Jongste blijft maar herhalen: “Ik mocht echt helemaal alleen in het schip mama! Ik ben zo blij!” Hij is zo trots op zichzelf en kon eindelijk weer even genieten van zijn autonomie. Zelfstandig iets doen. Alleen hij, zonder hulp. ’s Avonds komen we zijn “impulsbeheersingdingetje” weer tegen in een woedende bui. Misverstandje blijkt al snel. Ik houd hem dicht tegen me aan en fluister zachtjes in zijn oren om hem te kalmeren. In gedachten zie ik zijn stralende gezichtje voor me in het schip. Zijn trotse blik en lach van oor tot oor. “Je bent ook al zo groot” fluister ik en “Je kan al zoveel zelf” en “Ik ben zo ontzettend trots op jou” Zijn lijfje ontspant weer en ik hoor zijn ademhaling rustiger worden.


Langzaam valt hij in slaap.     


BEST OKÉ..

Augustus 2018

Hij is vastbesloten om alles bij voorbaat saai, stom of erger te vinden. Het maakt niet uit wat je voorstelt, tenzij het “iets met gamen” is. Het wordt afgekeurd nog voordat je uitgesproken bent. Het is best een uitdaging om een (beginnende) puber in huis te hebben. De combinatie van ontluikende hormonen en veel nare ervaringen in het verleden maken mijn puber af en toe een lastig/uitdagend portret.

Ik ben volgens hem best een coole moeder, want ik speel Fortnite met hem (kreeg direct een eigen account van hem voor verveelmomentjes 😉), laat hem rustig met zijn vrienden naar boven (lees naar de PS4) verdwijnen met een grote bak popcorn en vind bijna alle mee-eters en logeerpartijtjes prima. Maar als ik voorstel om naar een museum te gaan wordt er met ogen gerold, zuchten geslaakt en erg slachtofferig op de bank geploft.

Toegegeven: bij een museum denk ik ook als eerste aan heel veel mensen, stil moeten zijn, veel van hetzelfde en “Dat zou die van mij nooit doen!” blikken als de jongens even iets te enthousiast/luidruchtig/boos/sjaggie zijn. Maar we geven niet op en plannen deze vakantie een paar leerzame en hopelijk leuke museumbezoekjes. Batavialand, Nederlands Openluchtmuseum en Aviodrome staan op het programma.

Vorige week begon ik met de jongens bij Batavialand in Lelystad. Batavialand bestaat uit een werf, het grote schip en een museum. Half huilend stapt puber in de auto. “Dit wordt echt een rotdag!”, “Ik ga dus echt zo snel mogelijk weer naar huis!” etc. en dan noem ik alleen de nette versies van wat er in de auto gezegd werd.. Jongste doet ook nog een duit in het zakje, want tja.. je hebt maar één broer en dan moet je wel loyaal zijn natuurlijk..

We gingen met opa en oma en die waren wat later dan verwacht. De jongens hingen bij de ingang zo ongeveer in het anker (ik had de tickets van opa en oma mee) toen ze na 10 minuten wachten aan kwamen lopen. De jongens mogen op zoek naar kistjes met opdrachten. “Ik ben geen kleuter!” roept oudste. Jongste pakt dapper papier en pen aan van de kassamevrouw en loopt de werf al op. Al snel is hij driftig op zoek en vindt kistjes. Hij maakt de opdrachten zo goed als dat lukt met zijn onwillige schrijfhand en lijkt plezier te hebben. Oudste komt even helpen bij het touwslaan. Er staat een oudere heer bij die behoorlijk direct is. Als in.. behóórlijk direct. Ik zie de pretlichtjes in de ogen van de man, maar houd toch mijn adem even in. Als oudste het gevoel heeft dat mensen autoritair zijn is hij er gauw klaar mee en dat kan hij érg goed uiten. Jongste komt er bij staan. Samen zie ik ze hun hoofd een beetje schuin doen, een razendsnelle analyse maken van de oudere heer en de pretlichtjes verschijnen ook bij hen in de ogen. Het touw wordt geslagen en we gaan verder naar de boot. De jongens klauteren overal op en onder, en als wij behoorlijk moe worden van alle trappen en de warmte willen ze toch nog even door. Wat een energie ineens! Ze stellen zich voor hoe het zou zijn om in die tijd op de boot te slapen en te leven. Ze zijn blij dat ze in deze tijd leven is hun gezamenlijke conclusie. Jongste levert zelf zijn half ingevulde papier van de zoektocht in en krijgt een certificaat van de kassamevrouw. “En ik heb niet eens alles gevonden!” roept hij als hij weer naar me toe komt rennen. Hij glimt van trots! In het museum aangekomen zien ze direct de waterbanen en rennen er op af. Ze genieten! Wat heerlijk om ze zo te zien. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen en we laten ze lekker hun gang gaan. “Dit is echt leuk mam!”, “Kunnen we nog even blijven?”, “Kijk hier eens mama!”

Onderweg in de auto zijn de jongens moe maar voldaan. Oudste kijkt me even aan en ik vraag hem: “En.. genoten?” Hij kijkt weer uit het raam en haalt zijn schouders op. “Ach.. het was best oké..”       

Gisteren was het Nederlands Openluchtmuseum aan de beurt. Zonder morren stapten ze deze keer in de auto en zaten de rit van 2 uur uit. Tot sluitingstijd hebben we rondgelopen met de jongens. Zoveel te zien en te doen en is het niet leuk? Dan zijn er nog zoveel andere dingen. Wederom zijn ze moe en voldaan op de terugweg. We rijden langs Aviodrome en ik zie ze met open mond naar de vliegtuigen kijken. “Wanneer gaan we daar ook alweer heen mam? Over 2 weken pas toch?” “Ja lieverd, over 2 weken pas. Heb je er al zin in?” Hij kijkt uit het raam en haalt zijn schouders op. “Mwah.. vandaag was best oké.. dan zal dat er ook wel mee door kunnen..”  Ik kijk vlug uit mijn eigen raam en onderdruk een lach. Wat is het toch een heerlijke puber!    


DE JONGENS ZIJN THUIS

Augustus 2018

 

De jongens zijn thuis. De schooltassen zitten ergens ver weg in een doos. De broodtrommels zijn achterin de kast gepropt naast de eveneens onzichtbare schoolbekers. De boeken, schriften, of wat dan ook maar herinneren kan aan school, alles is uit de weg geruimd. Is het niet door mij dan wel door de jongens zelf. Binnen een week heb ik mijn kinderen weer helemaal terug! De boze buien zijn zeldzaam. Flexibiliteit weer 100%. Overprikkeling nihil. Een fijne, rustige sfeer in huis.

De jongens zijn thuis en mijn vloer wordt vervangen. De benedenverdieping is leeg. Alles wat in en op de kasten stond zit nu in dozen. Alle kamers boven zijn gevuld met meubels van beneden, net als de tuin. Alles staat op zijn kop. Chaos! Zonder aankondiging stond de vloerenmeneer om 8.20 uur al op de stoep. Ik wist dat hij vandaag zou komen, maar de tijd was niet doorgegeven. Oeps.. Ik en jongste hadden ontbeten. Oudste niet. Ik roep even en binnen 10 minuten zit iedereen aangekleed en al in de auto en hebben we de grootste lol om de snelle wending van de ochtend. Dan maar om 9.00 uur bij de binnenspeeltuin staan en daar een ontbijtje voor oudste regelen. Vol bewondering kijk ik naar mijn jongens. Dit had 2 weken geleden niet moeten gebeuren.

De jongens zijn thuis en ik slaap nog maar 5 uur per nacht. Waar ik uitgeput was van het zorgen, nadenken, regelen, gesprekken voeren over de jongens, etc. heb ik nu energie voor 10. In plaats van 9 uur slaap heb ik maar 5 uur nodig. Uitgerust word ik wakker voordat de zon opkomt. Ik zwaai mijn man nog even uit als hij om 6 uur vertrekt en ga even later buiten aan de picknicktafel rustig ontbijten. Ondertussen vormen er zich weer veel plannen in mijn hoofd. Activiteiten die ik wil organiseren, lezingen die ik wil geven, vragen die ik nog uit wil gaan zoeken. Ze krijgen vorm, ik zoek alvast locaties en ben volop in de weer als de jongste rond half 8 met zijn nog slaperige koppie aan komt lopen. Mijn aandacht gaat nu volledig naar hem. Hij kruipt lekker op schoot en ik knuffel hem wakker. Hij krijgt een broodje die hij binnen 10 minuten helemaal op heeft. Jawel, zonder tegenstribbelen! Zelfs zijn beker drinken gaat er helemaal achteraan. Hij geeft aan dat hij het koud heeft en loopt helemaal zonder angst naar boven om zich aan te kleden.

De jongens zijn thuis en ik geniet. Ik geniet van hun rust, hun plannen, hun flexibiliteit en energie. Ik geniet van mijn rust, mijn plannen, mijn flexibiliteit en energie. Ik geniet van een lieve vrouw die met me meedenkt en niet snel zal zeggen: “Ik weet niet of dat wel haalbaar is..” Die direct haar schouders onder mijn en onze plannen zet. Die samen met mij al een jaar vooruit aan het plannen is en overal mogelijkheden en oplossingen ziet. Ik geniet van werken in mijn vakantie. 10 kinderen die nu al zin hebben in de activiteit komende donderdag en 2 coaches die net zo enthousiast staan te springen dat ze aan de slag mogen. Alhoewel werken.. het is voor ons ook een uitje waar we nu al helemaal blij van worden.

De jongens zijn thuis en ik ben gelukkig. Een jaar geleden heb ik de keuze moeten maken om helemaal voor mijn kinderen en LEV te gaan en mijn baan in loondienst op te zeggen. Een baan waar ik niet bepaald gelukkig van werd, maar die noodzakelijk was om financieel het hoofd boven water te houden. Het was een heftig en spannend besluit. Een keuze was het niet meer, want met de zorg voor mijn jongens was werken in loondienst niet meer te combineren. In het afgelopen jaar zijn zoveel mooie en fijne dingen op mijn pad gekomen. Heb ik nog meer lieve en betrokken mensen ontmoet. In dit jaar heb ik maand na maand mogen ervaren dat we de eindjes aan elkaar konden knopen en dat we de juiste beslissing hebben gemaakt. Er werd voorzien in alles wat we nodig hadden.

De jongens zijn thuis en ik ook! 



JE WORDT ZO GROOT..

juli 2018


Jouw kleine lijfje paste vroeger

Bijna helemaal in papa’s hand

Nu zijn jouw schoenen op het rek

Al op jouw mama’s maat beland

 

Je groeit zo hard, je wordt zo groot

Je leeft al vaak jouw eigen leven

Gelukkig kom je toch zo nu en dan

Nog gauw een knuffel geven

 

Al jaren worstel jij enorm

Maar uiteindelijk kom jij boven

Welk pad jij kiest, dat is aan jou

Ik blijf in jou geloven

 

Autonoom en eigenwijs

Twee woorden die beschrijven

Dat jij jouw weg wel vinden zal

Jij zal niet achterblijven

 

Als woorden zoals liefde en veerkracht

Nu nog niet bestonden

Dan weet ik zeker dat ze nu

Door jou zijn uitgevonden 


HET MASKER

Juli 2018

Hoe doe je het allemaal? Die vraag krijg ik de laatste tijd steeds vaker. De mensen die mijn blogs vaker lezen weten hoeveel strijd ik moet leveren voor mijn kinderen. De ouders van “mijn” HBkids, HBplus en LEV-coaching kinderen weten dat ik ook voor hen de tijd neem en probeer zo goed mogelijk te kijken, luisteren, meedenken en begeleiden. De agenda is vol met werk en privé en ja, eerlijk is eerlijk, zo tegen het einde van dit schooljaar is de vakantie een fijn vooruitzicht. Weliswaar één met enkele activiteiten, maar dat is zo genieten dat het vaak meer energie geeft dan neemt.

Iedereen wordt moe op een gegeven moment, iedereen denkt wel eens: hoe moet ik dit nu weer inpassen. Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat je weet wat jouw drijfveer is. Waarom doe je wat je doet en met hoeveel passie ben je aan het werk? Voelt werk dan nog als werk, of is het meer dan dat geworden?

Een vriendin zei een paar weken geleden: “Jij hebt ook even een leuk uitje nodig! Ga je een keer met mij mee?” Zogezegd, zo gedaan. We waren samen op een drukbezocht terrein en hadden de grootste lol. Heerlijk lachen en geinen, heerlijk even niet zorgen en zorgen maken.

Tegen het einde van de avond kwamen we iemand tegen uit mijn jeugd. Een man inmiddels, die het zwaar heeft gehad. Laat ik hem Sander noemen. Ik heb altijd een zwak voor Sander gehouden. Iets ongrijpbaars wat ik nooit goed begrepen heb. We raakten aan de praat en hij vertelde en vertelde. Gaf toe dat hij bijna nooit zo vrijuit kon praten en zijn gevoelens altijd weggestopt had.  Sander schrok er een beetje van dat alles er zo uitrolde in gesprek met ons. Daar was normaal gesproken geen ruimte voor. Door dat wegstoppen van zijn gevoelens, het niet mogen en later niet meer kunnen uiten, heeft Sander bijna 20 jaar lang de meest uiteenlopende problemen gehad. De ene verslaving na de andere passeerde de revue. Een “laagopgeleide” man. Een man van wie altijd aangenomen was dat er “niet zoveel in zat”. Een lastig kind.

Weer raakte hij me. Puur door de manier waarop hij vertelde, dingen doorzag, ook mij een spiegel voorhield. Een gesprek op diep niveau waarbij er gezien, gehoord en gevoeld werd. Opvallend was zijn verandering als er een bekende langskwam. Even gek doen, iets brullen naar elkaar en lachen. Zodra ze uit het zicht waren viel zijn masker direct weer af. Mijn vriendin en ik keken elkaar regelmatig verbaasd aan. Zij zag het ook gebeuren. Nadat we ruim een uur met elkaar gesproken hadden vroeg ik Sander: “Weet je dat mijn vriendin en ik vermoeden dat jij hoogbegaafd bent?” Hij was even stil. In een zwarte periode was hij getest. IQ 120. Ze hadden 90 verwacht, dus dit was een verrassing. Maar.. was er rekening gehouden met zijn jarenlange strijd, het verdriet, de tegenslag, de verslavingen. Wat zou zijn werkelijke IQ zijn geweest? Wat als hij gezien was als kind? Niet ADHD, niet onhandelbaar, maar een 145+ kind dat “gewoon” een andere benadering nodig had.

Sander stond even later op. Zegde ons gedag en liep weer naar zijn vrienden. Uit de bubbel en terug naar de maatschappij. Na 20 jaar begreep ik waarom hij mij altijd opviel. Eerst moest ik mezelf leren kennen om hem echt te kunnen zien. Maar ook nu is het niet te laat om gezien te worden.

Het verleden verander je helaas niet meer. Ik hoop met heel mijn hart dat we hem aan het denken hebben gezet. Dat hij gaat lezen en sponzen met informatie, zodat hij zichzelf op een dag beter begrijpt en de laatste nare ervaringen en minder handige keuzes achter zich kan laten.

En dat is nu precies wat mij laat doorgaan, wat mijn drive is, mijn passie. Kan je ieder kind helpen, kan je alles voorkomen? Nee.. jammer genoeg niet. Maar al zou ik 1, 2 of misschien zelfs 3 kinderen het gevoel kunnen geven dat ze zichzelf mogen zijn. 1, 2 of 3 leerkrachten mogen helpen om te leren voorzien in de behoeftes van deze kinderen. Al zou ik 1 levensloop als die van Sander kunnen voorkomen..

Vanochtend ontmoette ik een casus. Zo goed als opgegeven door de maatschappij. Een achtergrondverhaal waar je u tegen zegt. Onbewust zet je je schrap. Ik hoop dat het goed gaat..

Vanochtend ontmoette ik een jongen. Een jongen met ogen die smeekten om gezien te worden. Een kind dat genoot, zich fijn voelde, zichzelf mocht zijn en verzadigd naar huis ging.

Vanochtend ontmoette ik een kind..

  

HET ZWAARD VAN DAMOCLES

Juni 2018

 

Oudste heeft een schooltrauma. Een uitdaging waar we met elkaar keihard aan werken. Waar hij de afgelopen jaren al enkele depressies heeft gehad en alleen maar zijn boosheid tegen de wereld voelde en toonde, is het laatste half jaar zijn angst heel sterk naar voren gekomen.Zodra hij in een omgeving komt die voor hem niet veilig is (lees: school) dan blokkeert hij volledig.

Hoe zwaar het ook is, ik zie het ook als een positieve wending. Zijn werkelijke emotie komt weer boven: angst. Hij is bang voor de wereld, schoolse activiteiten, zijn eigen anders zijn. Bang voor afwijzing, autoritaire mensen, het “voor de zoveelste keer” opnieuw moeten beginnen. Het is een intensieve tijd voor ons allemaal, maar hij begint weer te voelen wat er echt aan de hand is.

Thuis gaat het al lange tijd super. Een heerlijk, sociaal en helpend kind. Lekker koken voor iedereen 2x in de week en (bijna 😉) altijd denken aan de ander. Hij vindt het heerlijk om alleen thuis te zijn en geniet dan even van de rust. We maken duidelijke afspraken en hij houdt zich hier aan. En natuurlijk, de mannen rollen hier ook weleens boos over de grond met elkaar, maar hé, het zijn ook kinderen..

Op school kennen ze deze blije, leuke jongen niet. Daar is hij de jongen die vaak niet in de klas wil zitten, niet kan werken zonder begeleiding, huilt omdat hij bang is dat ik niet op tijd kom, of erger: helemaal niet meer kom. “Als jij er niet meer bent mama, dan heb ik niemand meer die me echt begrijpt..” Ik hoor mezelf vaak uitleggen waar zijn angst vandaan komt en hoe hij in elkaar zit, maar hij lijkt zijn krediet te hebben verspeeld. De laatste keer dat ik het probeerde was het antwoord: “Zo is er altijd wel wat.” Als je als leerkracht moe genoeg bent, is een kind van bijna 11 die de hele nacht naast mama heeft gelegen en huilde zodra hij even wakker werd niet meer zo indrukwekkend geloof ik..

Ik snap dat er een grens is bij iedereen, maar ik baal er enorm van dat ik altijd tegen die grens aanloop met mijn oudste. Toen ik gisteren voor de tweede keer die dag gebeld werd, was de boodschap: nog 1x niet luisteren naar juf en hij wordt geschorst. Ik was in shock! Hoe ik me ook altijd probeer in te leven in alle partijen, want ja het kan knap vermoeiend zijn om oudste (soort van) in de klas te hebben, dit was buiten alle proportie. Er was geen geweld gebruikt, niet gescholden, bedreigd, niet met stoelen door de klas gegooid. Hier was een kind dat “nee” zei. Een kind dat zichzelf in bescherming nam en daarmee ook juf en de andere kinderen. Een jongen die thuis heel goed uit kan leggen dat hij zo bang was, dat hij wist dat de klas te veel voor hem zou zijn. Dat hij een bewuste keuze maakt elke dag of hij het zijn klasgenoten en de juf aan kan doen om in de klas te gaan zitten. Ben je bang en er zijn te veel prikkels dan wordt je sneller boos en daar heeft iedereen last van. Dan kan je beter op de gang achter de pc gaan zitten. Dat was zijn redenering. Hoe volwassen en doordacht is dat!?

Tja.. en dan mag je zoonlief gaan uitleggen dat hij morgen niet naar school kan en maandag ook niet. Of elke andere dag dat ik hem niet kan komen halen zodra hij “de fout in gaat”. Hij wist werkelijk niet wat hij verkeerd had gedaan en was net zo verbaasd als ik. “Maar mama, we werken er toch aan? Ik ben in therapie, er komt 2x in de week iemand om mij terug in de klas te krijgen.. Ik doe zo mijn best! Ik weet hoe moeilijk het voor jou is en ik wil jou niet zo zwaar belasten.. Ik wil echt weer blij en zonder angst naar school kunnen, maar dat lukt me nu gewoon nog niet. Ik probeer het echt mama, echt!”

Opnieuw ga ik vierkant achter mijn kind staan. Is het moeilijk voor school? Ja! Is het onmogelijk? Nee! Heeft hij recht op een kans, en een tweede of derde? Absoluut!

Vanmiddag kwam het verdriet weer volop boven. Met liefde vang ik hem op en de tranen stromen lange tijd. Hij ziet zijn toekomst voor de zoveelste keer op losse schroeven staan. “Kan ik nog wel naar de middelbare school? Hoe moet ik groep 8 dan doen als ik straks niet meer mag komen. Ik heb mijn angst nog niet onder controle, dus ik kan niet anders dan weggestuurd worden. Mama, waarom moet je eigenlijk nog leven als het allemaal zo moeilijk is.. Ik wil dit echt niet meer..” En ik blijf zeggen: “Lieverd, wat er ook gebeurt, vergeet nooit dat papa en mama altijd achter jou zullen staan en dat we er samen voor gaan zorgen dat je gaat komen waar je wilt. Hoe, wanneer, waar en met wie dan ook.”

Zijn snikken houden uiteindelijk op en uitgeput ligt hij op mijn schoot. “Ik durf altijd alleen thuis te blijven mama, maar mag ik vanmiddag met je mee als je weg moet? Ik kan het nu gewoon even niet alleen.” “Tuurlijk schat..”

We hadden een stilzwijgende afspraak met de grote Baas dat de kinderen elkaar zouden afwisselen. Niet 2 tegelijk graag.. Tot nu toe lukte dit, maar deze maand is niet de onze geloof ik.. 

Het volgende (schoolse) zwaard hangt al boven oudste zijn nek, maar ik mag het hem nog niet vertellen. En zelfs al zou het mogen.. ik kan het simpelweg niet. Die last houd ik nog even op mijn eigen, af en toe al flink doorbuigende, schouders.

 

DE DIAGNOSE

Mei 2018


11 maanden was hij en doodziek..

Jongste was een vrolijk, energiek, lekker gek mannetje met een ontwikkeling die net zo snel ging als die van zijn grote broer. Hij sprak, was druk bezig met leren lopen en had het guitigste lachje die je bedenken kan.
Totdat hij, 11 maanden oud, met zijn achterhoofd op de plavuizen viel. Hij ging out en toen ik aan kwam rennen en hem oppakte was er een raspende ademhaling, een kreuntje en een stortlading aan braaksel. Hij bleef de dagen na de val spugen en de vierde dag dacht ik dat hij de nacht niet zou halen. Apathisch, hield nog geen druppel water binnen..
En de huisarts deed niets..

Hij bleef een kleine week spugen en pas na anderhalve week zag ik voor het eerst weer een klein lachje. Een lachje dat weer hoop gaf in een enge, donkere periode, waar ik liever niet meer aan terugdenk. Ik zal je het hele verhaal van de 7 maanden daarna besparen, maar in een paar steekwoorden: Talloze tripjes naar de huisarts, ontwikkelingsstilstand, karakterverandering, veel ziek, afbuigende groeicurve, raakte iets zijn hoofd: knock-out.. En de huisarts deed niets..

Twee jaar geleden kwamen we bij een andere huisarts. Ze hoorde het verhaal van jongste en stuurde ons direct door naar de kinderarts. De kinderarts stuurde op haar beurt door naar revalidatiecentrum Heliomare. Er ging een balletje rollen dat eigenlijk 4 jaar eerder al had moeten rollen. Jongste kreeg de diagnose: hersenletsel.

Mijn man die nooit huilde, stikte bijna in zijn tranen tijdens het gesprek.
Omdat het nog niet duidelijk was waarin het letsel zich het meeste zou uiten, hebben we in overleg met de arts besloten even af te wachten met intensieve therapie. Mede omdat oudste hoogbegaafd is en we op dat moment sterk het vermoeden hadden dat de meeste problematiek bij jongste ook uit die hoek kwam.

Vanwege zijn vermoedelijk hoogbegaafdheid hebben we al van jongs af aan aanpassingen gedaan in de opvoeding en begeleiding. Hij kreeg op ons verzoek ergotherapie, ging naar bijeenkomsten voor hoogbegaafde kinderen en 2 dagen in de week naar een dagbesteding waar hij goed uitgedaagd werd en begeleid door mensen met veel kennis over hoogbegaafdheid. Voordat hij naar de dagbesteding kon werd hij getest en scoorde 145+ op zijn IQ-test. Uitzonderlijk begaafd zelfs. Voor ons een teken dat we op het goede pad zaten.

Toch bleef het gevoel dat het toch echt anders was en zag ik teveel verschil met de andere kinderen in de groepen en op de dagbesteding. Hoogbegaafde kinderen hebben ook vaak problemen op motorisch gebied, regelmatig een prikkelverwerkingsstoornis en kunnen zich ook impulsief en ongeconcentreerd gedragen als ze niet genoeg uitdaging krijgen. Maar alles was in de overtreffende trap bij jongste en dat zonder dat er nog sprake was van een schooltrauma. We hadden al zoveel gedaan om dat te voorkomen en school was zo ontzettend flexibel qua lesstof en versnellen..

School trok vorig jaar aan de bel en gaf aan dat zijn motoriek zo slecht was dat we hier echt iets mee moesten. Fysio werd opgestart, maar na maanden intensieve therapie met de beste fysiotherapeut die je je kan wensen werd er amper vooruitgang geboekt. Met een zwaar hart belde ik weer met Heliomare: het gaat zo niet langer..

Anderhalve week geleden werd jongste besproken in het NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel)team na een aantal ergotherapiebehandelingen, een schrijftest, zwemtherapie en een observatie op camera. De conclusie: Het hersenletsel is erger dan gedacht. Waar wij vooral zochten in de hoek van veel voorkomende uitdagingen voor uitzonderlijk begaafde kinderen, bleken zijn klachten vooral voort te komen uit zijn hersenletsel. Ze vroegen zich af of en hoe hij überhaupt kon functioneren in de klas. De therapie moet intensiever en hulpmiddelen zullen moeten worden aangeschaft.

7 jaar is jongste. Hij kan nauwelijks schrijven, niet fietsen (zonder zijwieltjes), niet zwemmen, is impulsief, raakt al overprikkeld als er in het lokaal naast hem een blaadje op de grond valt, heeft concentratieproblemen. Veel overlap inderdaad met hoogbegaafdheid, maar het is te erg. Te erg voor een kind dat “alleen maar” uitzonderlijk begaafd is.

In mijn hoofd blijf ik overal het woordje NOG voorzetten. Hij kan NOG niet schrijven, fietsen, zwemmen, impulsen controleren, concentreren. Ik wil positief blijven, want hij kan NOG verder ontwikkelen.
Alleen.. met hersenletsel is er een plafond en verder dan dat zal hij niet kunnen gaan.

Anderhalve week geleden bleef ik sterk en al die dagen daarna ook. Stiekem een traantje gelaten in bed, maar niet voor de buitenwereld. Met een aantal mensen heb ik het besproken en ik bleef sterk. Maar waarom eigenlijk.. Waarom mocht ik van mezelf niet huilen om de beperking van mijn kind? Een onzichtbare beperking, waardoor hij altijd zal moeten uitleggen waarom hij dingen niet kan, of anders reageert dan andere kinderen. Waarom was ik zo hard voor mezelf?

Vandaag sprak ik zijn fysiotherapeute en zei het tot twee keer toe hardop: “ik mag het nog niet toelaten!” De tranen wegslikkend. Totdat mijn man thuiskwam. Ik liep te chagrijnen en heb vervolgens in zijn armen een uur gebruld van het huilen.. Zelf zeg ik altijd: tranen zijn helend! Laat ze gaan! Moeilijk, maar ook goed om daar zelf ook eens aan toe te geven. En nadat ik de tranen toegelaten heb doe ik wat ik altijd doe: ik schrijf het verdriet van me af.

Tegelijk dacht ik aan al die andere kinderen. Ik wilde alleen het HB (hoogbegaafdheid) stukje zien, het hersenletsel deed te veel pijn. Hoeveel artsen, psychiaters, scholen, etc. zijn gebrand op autisme, ADHD, ODD.. Hoeveel HB kinderen worden daardoor niet gezien. Het niet hebben van de kennis of het ophebben van de verkeerde bril maakt het onnodig moeilijk voor heel veel kinderen. Onbedoeld..

Ik voel me boos, teleurgesteld, verdrietig, blij, hoopvol, trots.. Ik voel me van alles tegelijk. Boos op de huisarts die niets deed waardoor we 6 jaar achterlopen op de feiten. Teleurgesteld dat je niet op iedere zorgverlener kan vertrouwen en dat ik mijn gevoel niet gevolgd heb, bang voor een vertrouwensbreuk. Verdrietig als ik jongste zie worstelen. Blij dat we nu alle ondersteuning krijgen die we nodig hebben. Hoopvol dat er nog mooie ontwikkelingen gaan komen. Trots op hem dat hij, ondanks al zijn tegenslagen, zo ver is gekomen. Trots op man, oudste en mezelf dat we weten dat we er als gezin altijd voor hem zullen zijn. Dat we samen vechten voor een betere toekomst.

Voor nu overheerst de boosheid en het verdriet, maar dat gaat een plekje krijgen. Ik ben te positief ingesteld om daarin te blijven hangen, zie altijd de mogelijkheden, maar moet ook realistisch zijn. We hebben geen idee wat hij nog kan aanleren, waar zijn plafond zit op alle gebieden, hoe de toekomst er uit gaat zien voor hem. Maar we gaan ervoor! Samen als gezin, met school die openstaat voor alles wat hem kan helpen, met hulpverleners, met lieve mensen die niet boos op hem worden, maar hem rustig uitleggen waarom bepaald gedrag niet zo handig is.

Jongste is niet alleen uitzonderlijk begaafd, maar heeft ook een beperking. Alleen: hij IS niet zijn beperking! Hij is mijn kleine held, mijn grote vriend, mijn knuffelbeer, mijn zoon op wie ik buitengewoon trots ben en van wie ik oneindig veel houd.


EEN BLAUW OOG..

Mei 2018

Jongste speelt af en toe wel met iemand. Soms leuk, maar vaker meer naast elkaar dan met elkaar. Het is dat ik beter weet, maar je zou bijna gaan twijfelen aan zijn sociale capaciteiten als je dat zo ziet gebeuren. Zijn fantasie is oneindig en dat is niet altijd makkelijk voor andere kinderen.
Met een enorm rechtvaardigheidsgevoel en het hart op de tong is het soms lastig om échte vriendschap te sluiten.

Een paar maanden geleden was jongste bij een groep van HBkids. Er kwam een jongetje boven en binnen no time hadden ze de grootst mogelijke ruzie. Beiden verbaal enorm sterk en beiden met een enorm rechtvaardigheidsgevoel. De groepen zijn erg stabiel en dit kwam als leiding ook even binnen. We geven het altijd een kans om te kijken of het inzetten van gedrag is of behoefte aan individuele begeleiding. De groep kan nog even een stap te ver zijn voor sommige kinderen, maar meestal is het met een paar kleine coaching momenten hier en daar weer helemaal stabiel.

De week erna zaten we te wachten op vuurwerk, maar waren ze niet bij elkaar weg te slaan. Ze hebben de eerste keer even laten zien wat ze beiden in huis hadden, zagen dat ze gelijken waren en hebben elkaar in het hart gesloten. Mijn jongste ging verder in een andere groep, maar uit het oog was niet uit het hart. Het bleef trekken en we hebben als moeders een afspraak gemaakt, zodat de jongens konden spelen.

Wat een genot om te zien dat ze totaal in elkaar opgingen. Dezelfde rijke fantasie, voor het eerst écht spelen en de dag niet kunnen afsluiten, omdat ze elkaar nu al misten.
En dan een logeerpartijtje. Hij vond het lastig ergens anders te slapen, maar vond mijn jongste zo leuk dat hij het toch aandurfde. De hele nacht heeft hij als een roosje geslapen en ’s ochtends spelen de mannen vrolijk verder.

Opeens hoor ik beneden een schreeuw, gehuil en komt jongste de trap oprennen. Mijn oog!! Hij heeft me pijn gedaan!! O jee.. 
Vriendje zat in elkaar gedoken achter de bank. Bang om op zijn kop te krijgen. Ik praat even met hem en vertel hem dat ik niet boos ben en graag zijn verhaal wil horen. Jongste komt er bij zitten. “Ik vroeg het hem mama, dus het is mijn eigen schuld. We waren gewoon aan het stoeien.” Ik complimenteer vriendje met zijn kracht. “Wauw man, wat ben jij beresterk zeg!” Hij kijkt me aan alsof hij het niet goed verstaat. Vriendje kalmeert en binnen de kortste keren spelen ze weer heerlijk met elkaar. Jongste met een ice pack op zijn oog en vriendje gerustgesteld omdat jongste en zijn mama niet boos op hem zijn.

We maken een tripje naar een speeltuin en daarna is de koek op. Ze zijn allebei moe en hebben behoefte om alleen te ontprikkelen. Wat heerlijk dat we dit herkennen bij onze kinderen. Geen afwijzing, maar gewoon even behoefte aan rust. In een hoekje van de bank gekruld maken ze alvast een afspraak voor de volgende dag. Hoor ik het goed? Jongste wil mee naar de kermis??
Al die geluiden, lichten, mensen, al die prikkels.. maar met zijn vriend durft hij het aan.

Vanochtend riep hij direct al: “mama wanneer ga ik naar mijn vriend?” Moeders zijn al druk aan het appen. Dat het bijna 20 km rijden is maakt ons niet uit. We genieten van de vriendschap van de mannen. Dit is zo mooi om te zien! Het is voor mij wel even een loslaat moment, maar ik weet dat de moeder van zijn vriend hem begrijpt en dat jongste door het vuur gaat voor zijn vriend.

Jongste kijkt me met zijn prachtige bruine ogen aan. Zonder bril is zijn blauwe oog goed te zien. Deze blauwe plek geeft me gek genoeg geen naar gevoel. Ik zie er gelijkwaardigheid in, vergevingsgezindheid en échte vriendschap.
“Zo man, wat heb je toch een prachtig blauw oog!” Hij glimlacht naar me met een blik van tevredenheid en berusting. Hij heeft zijn vriend gevonden, dankzij de mogelijkheden om ontwikkelingsgelijken te ontmoeten.

Mijn hart smelt voor hem én voor zijn vriend.



WANNEER JE BANG BENT

Mei 2018

Wanneer je bang bent voor alles wat nu nog niet is
De dag, de nacht of een dreigend gemis
Wanneer je bang bent om eventjes blij te zijn
Gewend aan de telkens terugkerende pijn
Wanneer je bang bent te laten zien wie je bent
Omdat jij je in weinig anderen herkent

Wanneer je bang bent verlies je elke dag
Een beetje van jouw mooie lach
Je verliest de lichtjes in jouw ogen
Alle hoop lijkt uiteindelijk vervlogen
Je verliest het uitzicht op herstel
Maar ik vraag je lief kind: stel..

Stel.. dat jij weer lachen kon
.. dat de dag weer goed begon
.. dat je jouw tranen weer laat stromen
.. dat je weer begint met dromen
.. dat je jezelf weer durft te uiten
.. het geluk weer begint te ontspruiten

Tot die tijd zal ik je helpen dragen
Het licht zijn op jouw donkere dagen
Tot die tijd loop ik mee op jouw pad
Totdat de angst jouw leven
niet meer volledig en zo intens omvat


DE DIAGNOSE

Mei 2018


11 maanden was hij en doodziek..

Jongste was een vrolijk, energiek, lekker gek mannetje met een ontwikkeling die net zo snel ging als die van zijn grote broer. Hij sprak, was druk bezig met leren lopen en had het guitigste lachje die je bedenken kan.
Totdat hij, 11 maanden oud, met zijn achterhoofd op de plavuizen viel. Hij ging out en toen ik aan kwam rennen en hem oppakte was er een raspende ademhaling, een kreuntje en een stortlading aan braaksel. Hij bleef de dagen na de val spugen en de vierde dag dacht ik dat hij de nacht niet zou halen. Apathisch, hield nog geen druppel water binnen..
En de huisarts deed niets..

Hij bleef een kleine week spugen en pas na anderhalve week zag ik voor het eerst weer een klein lachje. Een lachje dat weer hoop gaf in een enge, donkere periode, waar ik liever niet meer aan terugdenk.
Ik zal je het hele verhaal van de 7 maanden daarna besparen, maar in een paar steekwoorden:
Talloze tripjes naar de huisarts, ontwikkelingsstilstand, karakterverandering, veel ziek, afbuigende groeicurve, raakte iets zijn hoofd: knock-out..
En de huisarts deed niets..

Twee jaar geleden kwamen we bij een andere huisarts. Ze hoorde het verhaal van jongste en stuurde ons direct door naar de kinderarts. De kinderarts stuurde op haar beurt door naar revalidatiecentrum Heliomare. Er ging een balletje rollen dat eigenlijk 4 jaar eerder al had moeten rollen. Jongste kreeg de diagnose: hersenletsel.


Mijn man die nooit huilde, stikte bijna in zijn tranen tijdens het gesprek.
Omdat het nog niet duidelijk was waarin het letsel zich het meeste zou uiten, hebben we in overleg met de arts besloten even af te wachten met intensieve therapie. Mede omdat oudste hoogbegaafd is en we op dat moment sterk het vermoeden hadden dat de meeste problematiek bij jongste ook uit die hoek kwam.

Vanwege zijn vermoedelijk hoogbegaafdheid hebben we al van jongs af aan aanpassingen gedaan in de opvoeding en begeleiding. Hij kreeg op ons verzoek ergotherapie, ging naar bijeenkomsten voor hoogbegaafde kinderen en 2 dagen in de week naar een dagbesteding waar hij goed uitgedaagd werd en begeleid door mensen met veel kennis over hoogbegaafdheid. Voordat hij naar de dagbesteding kon werd hij getest en scoorde 145+ op zijn IQ-test. Uitzonderlijk begaafd zelfs. Voor ons een teken dat we op het goede pad zaten.


Toch bleef het gevoel dat het toch echt anders was en zag ik teveel verschil met de andere kinderen in de groepen en op de dagbesteding. Hoogbegaafde kinderen hebben ook vaak problemen op motorisch gebied, regelmatig een prikkelverwerkingsstoornis en kunnen zich ook impulsief en ongeconcentreerd gedragen als ze niet genoeg uitdaging krijgen. Maar alles was in de overtreffende trap bij jongste en dat zonder dat er nog sprake was van een schooltrauma. We hadden al zoveel gedaan om dat te voorkomen en school was zo ontzettend flexibel qua lesstof en versnellen..

School trok vorig jaar aan de bel en gaf aan dat zijn motoriek zo slecht was dat we hier echt iets mee moesten. Fysio werd opgestart, maar na maanden intensieve therapie met de beste fysiotherapeut die je je kan wensen werd er amper vooruitgang geboekt.

Met een zwaar hart belde ik weer met Heliomare: het gaat zo niet langer..

Anderhalve week geleden werd jongste besproken in het NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel)team na een aantal ergotherapiebehandelingen, een schrijftest, zwemtherapie en een observatie op camera. De conclusie: Het hersenletsel is erger dan gedacht. Waar wij vooral zochten in de hoek van veel voorkomende uitdagingen voor uitzonderlijk begaafde kinderen, bleken zijn klachten vooral voort te komen uit zijn hersenletsel. Ze vroegen zich af of en hoe hij überhaupt kon functioneren in de klas. De therapie moet intensiever en hulpmiddelen zullen moeten worden aangeschaft.

7 jaar is jongste. Hij kan nauwelijks schrijven, niet fietsen (zonder zijwieltjes), niet zwemmen, is impulsief, raakt al overprikkeld als er in het lokaal naast hem een blaadje op de grond valt, heeft concentratieproblemen. Veel overlap inderdaad met hoogbegaafdheid, maar het is te erg. Te erg voor een kind dat “alleen maar” uitzonderlijk begaafd is.

In mijn hoofd blijf ik overal het woordje NOG voorzetten. Hij kan NOG niet schrijven, fietsen, zwemmen, impulsen controleren, concentreren. Ik wil positief blijven, want hij kan NOG verder ontwikkelen.
Alleen.. met hersenletsel is er een plafond en verder dan dat zal hij niet kunnen gaan.

Anderhalve week geleden bleef ik sterk en al die dagen daarna ook. Stiekem een traantje gelaten in bed, maar niet voor de buitenwereld. Met een aantal mensen heb ik het besproken en ik bleef sterk. Maar waarom eigenlijk.. Waarom mocht ik van mezelf niet huilen om de beperking van mijn kind? Een onzichtbare beperking, waardoor hij altijd zal moeten uitleggen waarom hij dingen niet kan, of anders reageert dan andere kinderen. Waarom was ik zo hard voor mezelf?

Vandaag sprak ik zijn fysiotherapeute en zei het tot twee keer toe hardop: “ik mag het nog niet toelaten!” De tranen wegslikkend. Totdat mijn man thuiskwam. Ik liep te chagrijnen en heb vervolgens in zijn armen een uur gebruld van het huilen.. Zelf zeg ik altijd: tranen zijn helend! Laat ze gaan! Moeilijk, maar ook goed om daar zelf ook eens aan toe te geven. En nadat ik de tranen toegelaten heb doe ik wat ik altijd doe: ik schrijf het verdriet van me af.

Tegelijk dacht ik aan al die andere kinderen. Ik wilde alleen het HB (hoogbegaafdheid) stukje zien, het hersenletsel deed te veel pijn. Hoeveel artsen, psychiaters, scholen, etc. zijn gebrand op autisme, ADHD, ODD.. Hoeveel HB kinderen worden daardoor niet gezien. Het niet hebben van de kennis of het ophebben van de verkeerde bril maakt het onnodig moeilijk voor heel veel kinderen. Onbedoeld..

Ik voel me boos, teleurgesteld, verdrietig, blij, hoopvol, trots.. Ik voel me van alles tegelijk. Boos op de huisarts die niets deed waardoor we 6 jaar achterlopen op de feiten. Teleurgesteld dat je niet op iedere zorgverlener kan vertrouwen en dat ik mijn gevoel niet gevolgd heb, bang voor een vertrouwensbreuk. Verdrietig als ik jongste zie worstelen. Blij dat we nu alle ondersteuning krijgen die we nodig hebben. Hoopvol dat er nog mooie ontwikkelingen gaan komen. Trots op hem dat hij, ondanks al zijn tegenslagen, zo ver is gekomen. Trots op man, oudste en mezelf dat we weten dat we er als gezin altijd voor hem zullen zijn. Dat we samen vechten voor een betere toekomst.

Voor nu overheerst de boosheid en het verdriet, maar dat gaat een plekje krijgen. Ik ben te positief ingesteld om daarin te blijven hangen, zie altijd de mogelijkheden, maar moet ook realistisch zijn. We hebben geen idee wat hij nog kan aanleren, waar zijn plafond zit op alle gebieden, hoe de toekomst er uit gaat zien voor hem. Maar we gaan ervoor! Samen als gezin, met school die openstaat voor alles wat hem kan helpen, met hulpverleners, met lieve mensen die niet boos op hem worden, maar hem rustig uitleggen waarom bepaald gedrag niet zo handig is.

Jongste is niet alleen uitzonderlijk begaafd, maar heeft ook een beperking. Alleen: hij IS niet zijn beperking! Hij is mijn kleine held, mijn grote vriend, mijn knuffelbeer, mijn zoon op wie ik buitengewoon trots ben en van wie ik oneindig veel houd.

 

EERLIJK IS EERLIJK.. PAY IT FORWARD!

April 2018

Af en toe mopper ik wel eens een beetje. Ik ben niet negatief ingesteld, mijn glas is meestal halfvol, maar sommige mensen kunnen je wel op een vervelende manier raken en ik schrijf dat graag van me af. Aan de reacties te lezen is het een vrij herkenbaar fenomeen voor de meeste ouders. Je kinderen zijn alles voor je en het doet pijn als mensen zich negatief opstellen door het gedrag wat ze zien en/of jouw opvoeding bekritiseren. Als ik even gemopperd heb, kan ik het gelukkig ook gauw weer loslaten. ‘Dust yourself off and try again’ zeg maar. De herkenning en bemoediging van andere ouders steunt me enorm. Als ik weer een moppermomentje heb lees ik de reacties nog even door op eerder geschreven blogs en dan voel ik me gesterkt door mensen die ik meestal nog nooit gezien of gesproken heb. Dat is de positieve kracht van het online delen van ervaringen.

Zoals al eerder aangegeven krijg ik nogal eens commentaar op het gedrag van mijn kinderen en weten mensen vaak heel goed hoe je deze ‘vreselijk lastige kinderen’ beter aan kan pakken. Vaak weten ze niet dat er een goed doordacht plan zit achter (bijna) alles wat ik doe met en zeg tegen mijn kinderen. Als je goed naar jouw kind kijkt en mee kan voelen in hun emoties, zie je vaak de vraag die er eigenlijk gesteld wordt met bepaald gedrag. Dat kan erin resulteren dat ik een zoon die me (ja, ja, en plein public..) voor van alles uitmaakt, in mijn armen neem en een stevige knuffel geef. Juist door een reactie te geven die contra is op wat het kind verwacht kan je een negatieve spiraal doorbreken. Ze (en alle omstanders die meegenieten) verwachten een uitbrander, ze krijgen aandacht en liefde. Daarnaast is de diepe druk die je met een knuffel uitoefent helend voor kinderen die overprikkeld zijn. Je kan in discussie gaan en een half uur ruzie hebben of een knuffel en aandacht geven en de boze bui is binnen enkele minuten als sneeuw voor de zon verdwenen.

En tuurlijk.. Ik laat me ook weleens verleiden tot het geven van een brul, moe, prikkelbaar, hormonaal, je snapt me wel.. Die brul is lang niet altijd terecht en dan kickt bij het hele hoogbegaafde, hoogsensitieve gezin het rechtvaardigheidsgevoel in. Het resultaat daarvan is niet bepaald gezellig. Maar.. als je dan midden in een “shoot, hij heeft eigenlijk helemaal gelijk, maar ik ben al helemaal rood aangelopen, stoom-uit-mijn-oren boos” bui zit kan je altijd terug. Simpelweg door sorry te zeggen. Sorry tegen jouw kind. Want ook een papa of mama kan soms een foutje maken en het is voor een kind heel fijn als je als ouder laat zien in jouw doen en laten wat je ook van jouw kind verwacht. Voorleven.

Eerlijk is eerlijk.. Als je soms eens moppert is het ook fijn om mooie, lieve, bemoedigende situaties te delen.

Vanochtend was ik met mijn kinderen uit ontbijten. Ons normale af-en-toe-in-de-vakantie-ontbijttentje was gesloten, dus we gingen ons geluk beproeven bij de McDonalds. Er was nagenoeg niemand toen we onze bestelling gingen opgeven, fijn! Niet te veel prikkels van andere mensen. De pancakes waren op en dat resulteerde in een klein boos buitje, na de al eerdere teleurstelling van het gesloten ontbijttentje, maar we hebben samen een goed alternatief bedacht. Als we onze eerste happen nemen, komt er een man van ongeveer 65 twee tafeltjes bij ons vandaan zitten. Ik voelde al iets opkomen bij mezelf. Hij zat rustig zijn krant te lezen en ik had mijn heerlijk kwetterende jongens aan tafel zitten. Ik dacht: Oh meneer, zou u dat nou wel doen?

De jongens vertelden wilde verhalen en hun fantasie sloeg volledig op hol. We hebben hele films bedacht met elkaar. Iets met een Chocolate-Shark-Cookienado die de wereld zou vernietigen. Er waren wat kleine susmomentjes als er iets te enthousiast werd geschreeuwd of wanneer er woorden over de tafel vlogen die ik liever wil deleten uit het vocabulaire van mijn kinderen. Af en toe keek ik even vanuit mijn ooghoeken naar de meneer en hoopte dat hij kon genieten van zijn krant en kopje koffie.

Toen we ons ontbijt op hadden, gingen de jongens nog even samen naar de wc. De man liep bij me langs en sprak me aan. “Jij bent een hele goede opvoeder! Daar kunnen de meeste mensen nog een puntje aan zuigen. Ze mogen een voorbeeld nemen aan jou!” Ik sta met mijn mond vol tanden.. Dacht bij zin 1 nog dat hij het misschien sarcastisch bedoelde. Hij knikte nog even vriendelijk naar me en vertrok. Ik heb nog een soort “dank u” gemompeld, maar meer kreeg ik er niet uit.

Inmiddels zit ik al een uur of 3 aan de vriendelijkheid van deze meneer te denken. Ik heb mezelf al een paar keer betrapt op een ‘met een glazige blik en schaapachtige lach in de verte turen’ momentje. Een meneer die een vriendelijke opmerking maakt en me, waarschijnlijk zonder dat hij het doorheeft, een enorme boost van zelfvertrouwen geeft. Wauw, wat kan een positieve opmerking teweegbrengen! Wat heb ik persoonlijk toch ook vaak behoefte aan die contra reacties die ik zelf graag geef aan de kinderen.

Zou jij ook een positieve wending willen geven aan iemands dag? Door een moeder of vader te bemoedigen, een opa, oma, buurvrouw? Of door een kind een knuffel te geven in plaats van een brul? Ik zou zeggen: pay it forward en deel het geluksmomentje. 

 

DOE EENS EVEN NORMAAL!

maart 2018

Wat heb ik weer genoten van mijn jongens in de vakantie. Lekker spelen, gamen, kletsen, knuffelen en mooie films kijken samen. De heerlijke opmerkingen van mijn oudste, tikkeltje sarcastisch net als mama en het fietsenreklachje van mijn jongste. Elke keer als ik naar ze kijk voel ik een mengeling van onvoorwaardelijke liefde, trots, vertrouwen, vertedering.. en tegelijkertijd: angst voor wat gaat komen en verdriet om hun strijd. Mijn hart smelt en verkrampt tegelijkertijd.

Doe eens even normaal! Dat zou ik tegen mezelf willen zeggen. “Maak je niet druk! Laat het los!” Dat is wat anderen zeggen. Maar.. na zoveel keren vallen en opstaan is dat nog niet zo makkelijk. Elke dag is nog steeds vol uitdagingen, hobbels, bobbels. Ze doen het nu goed in vergelijking met een half jaar geleden, maar niet in vergelijking met “normaal”.

Doe eens even normaal! Dacht de medewerker van een drogist waar ik met de jongens was in de vakantie. Ze waren overprikkeld, maar nog niet erg druk (vond ik). Ze kijkt me met een samenzweerderig lachje aan en zegt: “Ach meid, en dan is het nog maar maandag.. je moet nog de hele week!” In gedachten ligt ze al in een hoek met een bloedneus, maar in werkelijkheid zeg ik: “Je kan het je waarschijnlijk niet voorstellen, maar: thuis zijn ze heel rustig en lief.” “Echt waar?! Nou nee, daar kan ik me niets bij voorstellen!” Het blauwe oog wordt er nu bij gedacht en vriendelijk lachend loop ik de winkel uit met mijn jongens. Soms is het heerlijk om een beelddenker te zijn..

Doe eens even normaal! Dachten de mensen in de kerk. Ik was aan het optreden en mijn jongste danste uitgebreid op het podium. Als ik zing vind ik het fijn als man en kinderen meegaan. Het is alleen niet heel relaxt met een orgel in je oren en de indrukken van al die mensen om je heen. De oudste kan daar nu redelijk mee omgaan, maar de jongste zit op, onder of tussen de banken. Of op het podium.. En tja.. als je staat te zingen kan je niet jouw dansende kind wegslepen, dus heb ik het maar laten gaan, ondanks de boze en geïrriteerde gezichten die ik zag. Wat was ik dankbaar toen na het optreden 2 vrouwen naar me toe liepen en zeiden: “wat hebben we genoten van die kleine jongen! Zo puur! Heerlijk! Laat iedereen maar kletsen, hij genoot!” Ik kon wel huilen van dankbaarheid, want ik had een uitbrander verwacht..

Doe eens even normaal! Denken moeders, vaders, anderen.. Geef die jongens een schop onder hun kont, houd ze onder controle, gewoon flink consequent zijn dan luisteren ze wel! Ik word moedeloos van de keren dat ik heb uitgelegd dat ze echt geen ADHD hebben, dat we geen opvoedingsproblematiek hebben en ze “alleen maar” uitzonderlijk begaafd en knetter hoogsensitief zijn. Ik hoor bijna dagelijks: “Ja, nou sorry hoor, hoogsensitief of niet als jij zegt: Stil zitten! dan moet jouw kind gewoon luisteren!”, “die van mij zouden dat nooit doen!” of “een weekje bij mij en ze piepen wel anders”. Kom maar eens een weekje bij mij thuis en zie de jongens in hun natuurlijke omgeving. Een omgeving waar (dus echt wel) consequent wordt gehandeld, een vast ritme is en we afspraken hebben die we met elkaar nakomen. Waar de jongens rustig, lief en sociaal zijn..

Doe eens even normaal! Denk ik! Sinds wanneer kan je van een kind, dat zijn lichaam niet altijd onder controle heeft, verwachten dat hij continu stil zit. Sinds wanneer verwacht je van een kind dat zwaar depressief is geweest, dat hij vanaf nu maar weer het zonnetje in huis moet zijn. Vraag je een blind kind om even voor te lezen wat er op dat bordje staat? Of een doof kind om een liedje na te zingen? Vraag je het kind met een verstandelijke beperking om met enkel tienen het gymnasium te doorlopen?
Kan er, in plaats van oordelen over de opvoeding, een hart onder de riem gestoken worden?

Niet elke beperking is zichtbaar.. en hoewel ik positief blijf en altijd naar de mogelijkheden probeer te kijken, kan ik niet anders dan concluderen dat de uitzonderlijke begaafdheid en extreme prikkelgevoeligheid van mijn kinderen een beperking voor hen is. Ook bij mijn coachingskinderen zie ik de uitdagingen die ze tegenkomen. Stuk voor stuk heerlijke kinderen! Fijne gesprekjes, mooie gedachtegangen, maar.. op school? Of een andere drukke plek? Ik zie de vermoeide, verdrietige soms wanhopige gezichten van de vaders en moeders van deze kinderen en geef ze mijn schouder als dat nodig is, maar is dat genoeg?

“Wat heerlijk meid! Jongens weer op school! Even weer tijd voor jezelf!” Ben ik normaal als ik zeg dat ik mijn jongens mis en ze net zo lief thuis heb. Dat tijd voor jezelf heerlijk is, maar tijd met de kinderen van onschatbare waarde? Dat mijn huis te stil is als ik de hond hoor snurken en de vogeltjes fluiten? Ben ik normaal?

Gelukkig weet ik dat “normaal” het gemiddelde is van alle afwijkingen..


De intercity

Januari 2018

Ken je dat? Je staat op het station te wachten op de intercity. Binnen een half uur ben je, zonder tussenstops, op de plek van bestemming. Wat een heerlijk vooruitzicht! Geen schuifelende mensen om de zoveel minuten, maar oordoppen in en gaan.

En dan ineens stopt de intercity. Er ontstaat verwarring onder de passagiers en na een kwartier stilstaan wordt iedereen verzocht uit te stappen en te wachten op de stoptrein. De stoptrein heeft vertraging, komt uiteindelijk ook niet, dus ben je noodgedwongen aan het overstappen op de metro, tram en een lijnbus.

Tussenstop na tussenstop sta je tussen vele andere mensen, moet je steeds inschikken en jouw spullen krampachtig bij je houden om ze niet te verliezen in de mensenmassa. Je gaat je steeds meer irriteren aan alles wat je voelt, ziet en ruikt. Dolgelukkig ben je als je af en toe een stoel tegenkomt waarop je uit kan rusten van de onverwachte wending van jouw reisavontuur.

Gelukkig rijdt de echte intercity morgen wel weer op tijd en ben je er weer in een half uur, maar.. wat als hij weken weg blijft of zelfs maanden, jaren? 

Ik vergelijk scholing voor hoogbegaafde kinderen vaak met het openbaar vervoer. Je kan, in potentie, in no time door de stof heen, dus hoe fijn is het als je dan in de intercity mag! Helaas komen teveel hb’ers in de stoptrein terecht. Of erger: de metro of lijnbus. Je beheerst de stof, maar maakt herhaling na herhaling. Je stopt jouw snelle denken en probeert het tempo van de klas te volgen. En als je eenmaal een tijdlang in die metro zit en vergeten bent hoe fijn die intercity was, raak je gedemotiveerd, ga je onderpresteren en pas je je volledig aan. Je raakt snel overprikkeld, niet meer wetend waar dat nare gevoel in jouw lijf vandaan komt. In het minst gunstige geval hang je bijna in de lampen en gooi je de stoelen door de klas. 

Als je geluk hebt zijn er mensen in jouw omgeving die doorhebben wat er met jou gebeurd en er voor zorgen dat je weer in de intercity mag. Het lastige is alleen dat niet iedereen hetzelfde idee heeft bij die intercity. Kinderen worden regelmatig versneld en dan weer losgelaten. Je rijdt naar de volgende halte en mag dan toch weer op de metro overstappen. Het vertrouwen krijgt een extra deuk. Soms komt even die stoel voorbij om op uit te rusten; een leuke activiteit of samenzijn met peers. Maar.. het blijft de metro.

Er zijn vele manieren om een kind in de intercity te krijgen en te houden. Niet even een pleister op de wonden die na verloop van tijd weer afweekt, maar een oplossing die blijvend is. Samen met betrokken leerkrachten en HB professionals bespreken we het belang van compacten, verdiepen, verrijken. De noodzaak van continu scherp blijven op het leerproces en signalen van een bore-out. We grijpen direct in als het nodig is en wachten  niet onnodig lang af.

Ieder kind maakt zijn eigen reis. De intercity is niet beter dan de metro, maar anders. En elk kind verdient het recht op zijn eigen vervoersmiddel door onderwijsland. De lijnbussen, metro’s, stoptreinen, maar ook de intercity’s zijn onmisbaar in onze samenleving. Samen kunnen we het verschil maken voor de kinderen.

Samen GAAN we het verschil maken voor de kinderen! 


Ik wens jou

Januari 2018

Ik wens je liefde om te ontvangen

in een onvoorwaardelijke stroom

zodat je eindeloos mag streven 

naar het vervullen van jouw droom


Ik wens je vriendschap en vertrouwen

eerlijk, open en oprecht

zodat je samen kan ervaren

dat je staat voor wat je zegt


Ik wens je vrede met jouw leven

niet perfect is ook best goed

zodat je telkens mag beseffen

wat er werkelijk toe doet


Ik wens je heuvels, maar geen bergen

zodat je buigt, maar niet meer breekt

nog veel om van te leren

zodat jouw passie niet verbleekt


Ik wens je vele mooie jaren

en een leven bij de dag

zodat je klein leert te genieten

van een blik of van een lach


Ik wens je liefde, vriendschap, vrede

en nog zoveel wensen meer

zodat je groeien mag en stralen

jouw echte “IK” verschijnt dan weer


De spons

December 2017 

Tijdens een vakantie bij mijn schoonouders in Griekenland, viste mijn schoonvader een spons uit het water. Het sponsje werd gedroogd in de zon en kreeg toen als snel de structuur die wij kennen als huishoudelijke spons. 

Een spons is een zeedier en voelt zich het gelukkigst als hij omringt wordt door water. Hij zuigt zich er helemaal vol mee. Totdat er iemand langs komt zwemmen, de spons ziet en hem meeneemt naar het droge. De zon schijnt er op en de spons sterft. We kunnen het goed gebruiken als voorwerp, het is functioneel, maar het is niet meer wat het van oorsprong was. Regelmatig denk ik terug aan die spons.

Als je hoogbegaafd bent, ben je een grote spons. Je hebt veel behoefte aan water, informatie. Thuis lukt dat vaak, want je kan op jouw tempo in een veilige omgeving de wereld ontdekken. Jouw ouders en/of partner voelen meestal intuïtief aan wat jij nodig hebt. 

Maar dan.. eenmaal op school of op het werk blijkt dat de meeste anderen minder water nodig hebben dan jij. Je probeert het wel, net zo weinig water gebruiken, maar je voelt je uitgedroogd, leeg van binnen. Je voelt dat je anders bent dan de andere sponzen, maar dit is toch wat werkt voor iedereen? Waarom dan niet voor jou? Je wordt boos of juist teruggetrokken, gaat met tegenzin naar school of werk en ligt in een hoekje te wachten in de brandende zon.

Gelukkig sterft jouw spons niet af. Hoe diep je ook zit in een bore-out of depressie, er is altijd een weg terug. Je moet terug in de zee. Je vol kunnen zuigen met water en weer ankeren aan de bodem.

Wat is het ongelofelijk mooi om een rij sponzen, beschadigt door een tekort aan water, weer tot bloei te zien komen. Soms door kleine aanpassingen, soms door grote. En wat werken we hard met elkaar, leerkrachten, IB’ers, therapeuten, HB-coaches, om hetzelfde te bieden voor alle andere sponzen, groot en klein.

Samen vinden we een weg om genoeg water te krijgen voor iedereen. We willen niet 'soort van' functioneel zijn, maar terug naar de oorsprong.

Terug naar de zee.

  

Het is weer maandag..

November 2017

Als moeder van uitzonderlijk begaafde kinderen zit je continu in een achtbaan. Je klimt omhoog, groeit, bloeit, komt op een top.. om vervolgens weer snoeihard naar beneden te razen de diepte in. Gelukkig begint daarna tot nu toe altijd weer die klim omhoog. Een vast gegeven die ons als gezin overeind weet te houden.

De kinderen zijn zo lief om af te wisselen. Zit de ene goed, dan komt de andere in een vervelende periode. Oudste gaat goed. Hij geniet van HBplus en de coaching op school en trekt nu de dagen op school ook beter. Morgen, als hij zelf bij HBplus is, mag ik van hem en de juf een “spreekbeurt” houden in de klas over hoogbegaafdheid. Dit met als doel om begrip te kweken voor de andere benadering en het andere lesprogramma van oudste. Hij heeft de powerpoint goedgekeurd en staat toe dat ik ook een stukje vertel over hoe zijn hoofd werkt en wat daaraan bijgedragen heeft in de afgelopen jaren. Hij stelt zich kwetsbaar op en durft zichzelf te laten zien. Wat een enorme groei!

Zo goed als oudste gaat, zo slecht gaat jongste.. Hij was al wat angstig sinds zijn bore out vorig jaar. Na zijn versnelling ging het even goed, maar toen kwam daar de brand. Zijn school is volledig verwoest en als kers op de taart werd er een week later ingebroken in zijn noodlokaal. Hoe beangstigend is het voor een kind dat je op school komt en de politie in de klas ziet staan. Sindsdien slaapt hij heel slecht, kruipt weer regelmatig naast mij halverwege de nacht “alleen in jouw armen voel ik me veilig”, durft niet meer alleen naar de wc of naar boven, is bang voor werkelijk alles. Hij kan niet werken op school, omdat boven zijn “kantoortje” de brandmelder hangt.

Hij vraagt me elke schooldag wat voor zin school nog heeft. “Waarom bestaat er een school mama? Dat is toch helemaal niet goed voor kinderen?” en “Mam, kan jij me niet gewoon thuis lesgeven, ik wil echt niet meer naar school..” “Misschien moet de noodschool ook afbranden, dan is er helemaal geen school meer en kan ik thuisblijven bij jou.. “ Elke dag zet ik hem met een knoop in mijn maag af bij zijn lokaal, zijn lieve juffen en klasgenootjes. Elke dag zie ik hem zijn clownsmasker opzetten zodra hij het lokaal binnenloopt. Gek doen en vooral niet werken lijkt zijn motto.

Vanochtend verandert zijn masker plotseling heel snel in angst. Op het bureau van juf ligt een spel waar hij bang voor is en hij rent in pure paniek weer terug in mijn armen. “Ik ga niet mama, dat spel ligt daar, ik kan het niet!” Juf legt op mijn verzoek het spel weg en jongste zet zijn clownsmasker weer op. Hij kijkt nog even naar me en lacht. Ik prik dwars door zijn masker heen. Het liefst zou ik hem weer meenemen naar huis. Er voor zorgen dat hij zich veilig voelt. Dat hij zichzelf kan zijn. Dat hij vertelt aan juf dat hij het rekenen niet maakt omdat het te makkelijk is. Dat hij zijn clownsmasker weggooit en nooit meer op kan zetten. Maar.. ik zet hem toch weer af. Ik kijk nog even naar hem en vang zijn blik. Ik negeer de dubbele knoop in mijn maag en lach naar hem. Hij lacht terug. Ik loop naar de auto en voer een zinloze strijd tegen de tranen.

Het is weer maandag.. 


"Niemand vind mij lief.."

Oktober 2017

Sinds 5 weken zitten we weer volop in het schoolleven. Een leven geregeerd door wekkers, snel ontbijten, tassen inpakken en 2 of 4x per dag naar school racen. Het is altijd weer even wennen na de vakantie. Ik miste mijn jongens thuis en terug naar het leven op de klok is toch best pittig.Het was dubbel wennen, omdat oudste voor het eerst in 6 maanden weer naar school ging. Het is zo ontzettend spannend om thuis af te wachten hoe het gaat en te hopen dat de juf niet belt om te vragen of je hem alsjeblieft weer wilt komen halen. 2 dagen HBplus (dagbesteding voor hoogbegaafden), en 3 uur in de week individuele begeleiding op school door een HBcoach moeten hem door groep 8 gaan loodsen.

Ik had oudste de eerste dag afgezet bij school en kort nadat ik jongste naar zijn eigen locatie had gebracht bliepte mijn telefoon: “Mama het is echt verschrikkelijk!! Ik wil naar huis!!” We appten even heen en weer en hij kalmeerde. Na anderhalf uur stilte kwam er weer een bliep: “Het valt toch wel mee.. de kinderen zijn stom, maar juf is echt heel erg leuk mam!”

De volgende dag volgde een kort gesprekje met de juf. We hadden het over het appen en ze gaf aan dat ze het gemerkt had, maar bewust zijn telefoon niet had ingenomen. We spraken met oudste en juf af dat oudste mocht appen als hij in paniek raakte of zich naar voelde. Hij mocht dit dan even buiten de klas doen, zodat de andere kinderen er geen last van hadden. Wauw! In plaats van een ‘Zo doen we dat hier niet!’ was er een begripvolle houding. Na 6 maanden thuis had hij het even nodig en dat gevoel mocht er zijn van juf.

Pas na 4 weken kreeg ik weer een appje vanuit school. Stress om een onverwachte toets die, na een paar keer heen en weer appen, dusdanig was afgenomen dat hij de toets uiteindelijk gemaakt heeft. Juist omdat het appen geen issue was had hij het niet meer nodig. Hij kreeg een escape aangeboden en het bestaan van deze optie was voor hem al veiligheid genoeg.

Jongste is versneld naar groep 4 en moet wennen aan zijn nieuwe klas. Elke maandag krijgt hij 3 uur coaching op school, zodat hij de rest van de week aan kan. Hij had thuis al een paar keer aangegeven dat hij geen vriendjes kon maken in zijn nieuwe klas. Hij dacht dat niemand hem lief vond en zijn vriend wilde zijn. Zelf durfde hij, bang voor afwijzing, niet te vragen of iemand met hem wil spelen. Afgelopen maandag heeft zijn coach met hem besproken wat vriendschap is. Hoe maak je vrienden en wat is een vriend voor jou? Hij vertelde hier thuis niets over. Ik las het in het coachingsverslag.

Waar hij al weken goede nachten maakte, was de onrust in zijn hoofd en lijf weer terug sinds maandag. Slaapwandelen, nachtmerries, wakker liggen, ons wakker maken. Hij leek ergens last van te hebben, maar van wat?

Gisteren haalde ik hem uit school en riep hij uit: “Mama! Ik heb een heel groot probleem!” O jee, is de eerste gedachte.. “Vertel jongen!” “Mama, ik ben vandaag vrienden geworden met R.! Mogen we volgende week maandag of dinsdag spelen? Het kan toch wel?!” Ik slik een paar keer en met vochtige ogen vertel ik hem dat dit absoluut mag en hoe fijn ik het voor hem vind. Hij straalt en blijft onderweg naar huis maar praten over zijn nieuwe vriend en wat ze vandaag allemaal gedaan hebben samen. “Ik ben zo blij dat ik nu ook een vriend heb mama, gewoon uit mijn eigen nieuwe klas!” Vannacht heeft hij de hele nacht doorgeslapen. In zijn eigen bed!

Oudste en jongste groeien, bloeien en klimmen beiden weer op uit hun bore-out en depressie. Het gaat stapje voor stapje, maar.. we klimmen weer! Dankzij fantastische, begripvolle, out-of-the-box denkende juffen en collega-coaches wordt er weer gelachen, grappen gemaakt en volop geknuffeld. En ook niet onbelangrijk: geslapen! 


The power of yet, Carol Dweck

September 2017

“Ik kan het niet!” Wat een veelgehoorde uiting van frustratie. Thuis, bij een coaching of in de groepen kom ik het regelmatig tegen. Hoe mooi is het om het gesloten “ik kan het niet!” om te zetten in een deur die op een kier staat. Een zin die hoop geeft. En daar is maar één woord voor nodig: NOG. Je merkt dat, als je dit vaak genoeg positief herhaalt: “Ik kan het niet!” naar “Je kan het NOG niet” kinderen (en volwassenen!) het over gaan nemen en onbewust daarmee de deur op een kiertje zetten voor zichzelf. Nu nog niet, maar straks misschien wel. Samen kan je kijken wat nodig is om het straks wel te kunnen. Uiteindelijk zullen vele dingen op termijn haalbaar zijn. Misschien niet voor iedereen op hetzelfde niveau, maar wel goed genoeg.

Vorige week had ik een meisje van 4 in de groep. Ze kwam bij me met een tangle waarvan ze de twee uiteinden niet in elkaar kreeg. Ze keek me gefrustreerd aan en vroeg non-verbaal om hulp. Ik moedigde aan om door te zetten, maar samen kwamen we erachter dat het echt NOG niet lukte. Haar handen waren NOG niet sterk genoeg om de tangle in elkaar te klikken.  We hebben besproken dat je hoofd (zeker bij een snel hoofd) soms dingen wil die je lichaam NOG niet kan. Als je het echt geprobeerd hebt is het heel fijn om iemand om hulp te kunnen vragen. Ik liet het even bezinken en zag de strijd in haar hoofd. Ze wilde het vragen, maar het kwam er niet uit.

Ze keek naar mij en naar de andere kinderen en begeleider, glimlachte en begon te slingeren met de tangle en zei: “Kijk! Zo kan je hem ook gebruiken!” Ik gaf aan dat ik het een mooi alternatief vond en vroeg of dit was wat ze in gedachten had? Haar gezicht betrok weer en ze zei dat dit inderdaad niet haar doel was geweest. Samen hebben we de voor- en nadelen van een hulpvraag besproken en na nog even twijfelen kwam het er toch uit: “wil jij me helpen?” Natuurlijk wilde ik dat en ik klikte de tangle in elkaar. Ze straalde en pakte de tangle aan. Met een grote lach op haar gezicht speelde ze even met de tangle. Na een minuutje kwam ze weer naar me toe en fluisterde: “Ik heb die vraag wel hoor, maar… als ik het wil zeggen dan glijd hij vaak weer terug in mijn keel en komt er niet meer uit..” “Vervelend hoor als hij er NOG niet uit komt” zei ik.

Wat prachtig omschreven door een 4-jarige! Met het woordje NOG is een zaadje geplant in haar hoofd. Door ons gesprekje en haar uiteindelijke hulpvraag begon het zaadje te ontkiemen en wie weet wat voor prachtige bloem ontstaat als ze het blijft voeden met positieve feedback en succeservaringen.

    

Wat heb ik een prachtige baan waarin ik getuige mag zijn van groei, bewustwording en stralende gezichten!  



Weer naar school

September 2017

 

Een banaan, een flesje drinken

Verdwijnen in jouw nieuwe tas

Dapper eet je jouw ontbijt

Een nieuwe school, een nieuwe klas

    

Vol goede moed ga je beginnen

Een nieuw jaar, een schone lei

Als je uit de auto stapt

Draai je even om naar mij

    

Je lacht en zwaait, maar ik zie toch

De twijfel in jouw ogen

Je loopt verder naar het plein

Je schouders licht gebogen

    

Een nieuw jaar een nieuwe kans

Met hobbels, heuvels, bergen

Je wilt het graag en hebt een doel

Wil jezelf niet meer verbergen

    

In gedachten houd ik nu

jouw hand in die van mij

ik fluister zachtjes in jouw oor

   

mijn grote held ben jij 


Het klimpark

September 2017


Mijn zoon wordt regelmatig geplaagd door angsten. De een reëler dan de andere, maar angst is angst en kan verlammend werken. Heel stoer zeg ik altijd dat hij zijn angsten in de ogen moet kijken. Maar.. is daar niet het stukje practice what you preach? Het voorleven?

Heel terecht zei hij dan ook 6 weken geleden: “Maar mama, jij hebt toch hoogtevrees? Als je vindt dat ik me niet moet laten leiden door mijn angsten, dan daag ik je uit! Deze vakantie ga je met mij naar het klimpark in het Streekbos!” Vol enthousiasme en met een tikkeltje leedvermaak kijkt hij me aan en ziet mijn ogen groot worden. “Ja mam, dan moet jij toch ook echt aan de bak!” In gedachten zag ik mezelf al liggen met gebroken botten, of hysterisch schreeuwend over de schouder van een brandweerman hangen die me uit de bomen probeert te takelen.                   Ik zag dat hij deze gedachten van mijn gezicht af kon lezen en tot zijn stomme verbazing, en die van mij, hoorde ik mezelf zeggen: “Schat, je hebt helemaal gelijk! We doen het! Maar wel aan het einde van de vakantie.” Hij doet een vreugdedansje en vind me razend stoer!

Zes weken lang kon ik er over nadenken en me er mentaal op voorbereiden. Escape plannen bedenken. “Nou wat balen zeg… het regent!” of “Dat eten van gisteren is toch niet helemaal goed gevallen..” Maar dan komt onverbiddelijk het prachtige weerbericht, dus dan toch maar reserveren en vandaag is het dan zover. Gerekt tot aan de allerlaatste dag van de vakantie kan ik er nu echt niet meer onderuit. Ik voel me redelijk relaxed, misschien een tikkeltje chagrijnig, en als ik het parcours vanaf de grond zie denk ik nog: Ach, het is ook niet echt heel erg hoog.

Zoonlief zit te glimmen en te grijnzen en ziet met stiekem plezier mijn gezicht steeds meer betrekken tijdens het aantrekken van het tuigje en het oefenen op de lijn aan de grond. “Leuk toch mama!” zegt hij met een uitgestreken gezicht. “Ja hoor lieverd, zie je mijn happy face niet dan?” zeg ik sarcastisch.

En dan moet je toch echt de trappen op en het parcours gaan starten. Met drie mensen achter me dwing ik mezelf over de eerste hindernis. Jeetje, het is echt wel heel hoog.. Ergens halverwege hoor ik de kleinste schat tegen papa zeggen: “Nou, ik hoop maar dat ze niet dood gaan..”                     Elke hindernis is anders dan de vorige en na vier hindernissen krijg ik het te kwaad. Ik durf niet meer.. Daar sta je dan, meters boven de grond, te trillen op een smal plankje met je armen om een grote paal. Zoon is al aan de overkant, de mensen achter me heb ik me in laten halen om de boel niet op te houden en ik durf niet meer.  Mijn man probeert het vanaf de grond, zoon vanaf de overkant, maar ik kom niet meer voor- of achteruit. Ik had me zo voorgenomen om niet in paniek te raken, te huilen of te stoppen, maar de angst neemt de overhand.

Toevallig komt net een medewerker bij mijn man langslopen en kijkt omhoog. Ik roep dat ik eruit wil. “Ja, dat gaat niet, maar je bent al bijna op de helft!” Bijna.. op de helft. Hij praat me er vriendelijk doorheen en uiteindelijk durf ik met mijn voet te hengelen naar het boomstammetje dat alle kanten op vliegt. De man wordt weggeroepen en ik moet het weer zelf doen. Met tranen over mijn wangen neem ik de hindernis en de volgende en de volgende. Het blijft doodeng, maar ik heb een doel, ik moet het halen.

Bij de laatste hindernis is de kabelbaan. Vanaf ik wil niet weten hoe hoog mag je jezelf naar beneden storten in een net. Een lieve vrouw zegt: “Als je gaat zitten is het makkelijker, dan hoef je niet te springen.” Ik ga zitten en cm voor cm schuif ik naar voren om uiteindelijk af te zetten. Halverwege heb ik heel stoer een halve seconde gekeken! Trillend klim ik uit het net en weet niet hoe snel ik uit de toren moet komen.  Zoon gaat nog een rondje en geniet volop. Uiteindelijk neemt hij zelfs de hoogste baan, die vond hij nog wel spannend, maar wilde het toch proberen.

Voorlopig heb ik even genoeg hoogte gehad, maar de ergste angst is er wel vanaf. Je moet inderdaad uiteindelijk je angst in de ogen kijken om er vanaf te komen. Niet in één keer, maar stap voor stap. Soms loop je vast, net als ik op het plankje, durf je niet meer voor- of achteruit. Dan zijn er altijd mensen die je willen bemoedigen op welke manier dan ook. Toch zal je het zelf moeten doen. Jij maakt de keuze om verder te gaan. Jij tilt je voet op en zet die stap. Niemand kan dat voor jou doen. Iedereen kan trots zijn op elke stap die je zet, maar het gaat vooral om jou. Voel jij je trots? Heb je een doel? Wat is dat doel jou waard?

Mijn doel was om een voorbeeld voor mijn kind te zijn. Je zou kunnen zeggen: Nou lekker gelukt zo huilend en trillend op dat plankje.. Ja, lekker gelukt inderdaad. Want ik heb ook die stap daarna weer moeten zetten, moest doorgaan. Mijn zoon vond het achteraf best zielig voor me, maar was ook heel trots. “Je hebt het gedaan mam! Vet stoer!” Zo stoer voelde ik me helemaal niet, maar nu kan ik er gelukkig weer om lachen. Het moet toch een leuk gezicht geweest zijn voor het publiek. Wel ben ik trots. Weer een stapje verder! Zoon ging geïnspireerd door mijn doorzettingsvermogen nu toch in de hoogste baan en zal mijn en zijn overwinning onthouden.

Wat wordt dit jaar jouw overwinning?

       

Spreken we dezelfde taal?

augustus 2017

 

Soms zeg je hetzelfde, maar bedoel je elk iets anders. Ook al zijn de verschillen soms maar klein, de daaruit ontstane ruis kan behoorlijk impact hebben. Het is goed om op die momenten stil te staan en je samen hardop af te vragen: Spreken we dezelfde taal?

Al een aantal maanden hoorde ik mijn zoon regelmatig zeggen dat hij niets leuk vindt. In zijn depressieve periode had ik hier alle begrip voor, maar nu hij weer lekker in zijn vel zat vroeg ik me toch af waar dit vandaan kwam. Het leek een soort mantra te zijn die hij bleef herhalen. Zelfs als vreemden vroegen wat hij leuk vond was het antwoord steevast: “ik vind niets leuk!”

Tijdens onze vakantie heb ik het toch echt een keer te vaak gehoord en ben met hem in gesprek gegaan. In het kader van: positief denken kan helend werken, vraag ik hem hoe het komt dat hij niets leuk vindt en wat het woord “leuk” precies voor betekenis heeft voor hem.
Hij legt mij uit dat hij zwemmen, gamen en spelen met zijn beste vrienden “leuk” vindt. Een paar andere dingen zijn wel “oké”, maar niet leuk en de rest is ronduit stom. Hij geeft aan dat hij het raar vindt dat ik zo vaak iets “leuk” noem.

Op mijn beurt vertel ik hem dat ik persoonlijk “oké” een 6, “leuk”  een 7 of een 8 en “fantastisch” een 9 of 10 vind.  Geven wij dan wel dezelfde betekenis aan het woord “leuk”? Ik vind zelf veel dingen “leuk” en een paar dingen “fantastisch”. Ik stel voor om zijn ervaringen langs mijn meetlat te leggen.

Zwemmen, gamen en spelen met zijn beste vrienden vond hij toch echt wel een 9 of 10, dus langs mijn meetlat “fantastisch”. Hij kon meerdere dingen noemen die een 7 of 8 waren dus mijn “leuk”. Daarnaast waren er ook nog wel wat zesjes hier en daar. Dat is nog best “oké” toch?

Samen komen we tot de conclusie dat het eigenlijk toch wel “leuk” zou zijn om dezelfde taal te spreken en daardoor nog meer begrip voor elkaar te kunnen hebben. Misschien is dat zelfs wel “fantastisch”. We besluiten duidelijk te zijn in de vertaling van “leuk” en met een dikke knuffel sluiten we ons gesprek af.

      

De volgende avond maken we een lange wandeling in het donker. We lopen naar een prachtige waterval verderop in het stadje. Langs de zee, genietend van alle lichtjes in de verte, lopen we terug naar ons appartement. Terwijl ik het hek open zegt hij: “mam, dit was echt leuk!” “Ja lieverd?” Hij kijkt me even aan en glimlacht ondeugend: “nee mam, het was fantastisch!”  



"In de kern van moeilijkheden schuilen mogelijkheden!" (Albert Einstein)

Juli 2017

Aan het einde van een schooljaar is het tijd voor reflectie. Elk schooljaar eindigt tot nu toe in een: “jeetje, wat is het allemaal anders gelopen dan verwacht!” Dit jaar is bij lange na geen uitzondering op de regel.

De oudste heeft het enorm zwaar gehad. In het diepst van zijn depressie zag hij het nut van zijn bestaan niet meer in. Iets wat onvoorstelbaar zwaar is voor ouders om te horen. Mijn gedachten gingen kanten op die ik niet op wilde. Zonder hem? Nooit! De liefde voor je kind gaat zo oneindig diep. En dan geeft hij aan dat hij zijn leven zoals het was niet meer wilde.. Je hart breekt in duizend stukjes als dit gezegd wordt zeker als je weet dat het geen loze opmerking is.

Stukje bij beetje kruipt hij uit zijn dal. We zien hem weer lachen en genieten. Zijn emmertje is snel vol, maar hij begint weer te leven. Nog steeds geeft hij aan dat hij tot nu alleen nog maar moeilijkheden heeft gehad. Dat alles altijd tegenzit. En kan ik dat in alle eerlijkheid ontkennen? Nee. Hij heeft het moeilijk gehad en veel heeft tegen gezeten, maar we gaan door en samen met een team fantastische mensen gaan we er helemaal voor. Het plan voor de komende tijd: de laatste 4 maanden van groep 6, heel groep 7 en 8 doet hij in één jaar. Daarnaast HBplus 2 dagen in de week en coaching om hem te leren hoe om te gaan met teleurstelling, angsten en om te leren leren.

De jongste zit sinds 2 weken volledig in groep 3. Waar hij bij de kleuters de juffen druk bezig hield met zijn uitspattingen, is hij in een paar weken tijd enorm veranderd. Hij vindt school superleuk (nog nooit eerder van hem gehoord!), gaat enorm snel door de stof heen en slaapt goed. Waar hij eerst aarzelend de drempel over ging in groep 3, springt hij nu ’s ochtends in de auto en heeft het ontzettend naar zijn zin. We blijven hard werken met fysiotherapie, straks ook coaching en compacten en verrijken. Na de zomer stroomt hij door naar groep 4 en houden we goed in de gaten of hij genoeg uitgedaagd blijft.

Voor mij persoonlijk is het ook een heftig jaar geweest. Ik heb mensen los moeten laten en andere mensen in mijn hart mogen sluiten. Er zijn teleurstellingen geweest, verdriet, maar ook veel mooie en liefdevolle momenten. Ik ben begonnen met LEV, volgde 2 opleidingen, werk nog in het ziekenhuis, draai groepen bij HBkids en ren van hot naar her met de kinderen.

Toen ruim 3 maanden geleden mijn oudste thuis kwam te zitten, werd mijn wereld weer compleet anders. Ik speelde al een tijdje met het idee om op termijn te stoppen in het ziekenhuis, maar nu werd de knoop voor mij doorgehakt. Over anderhalve week heb ik mijn laatste werkdag in het ziekenhuis. Hoewel ik lieve collega’s ga missen, kijk ik er enorm naar uit om mijn volle aandacht aan de kinderen en LEV te geven. Ik bruis van de ideeën om mijn dagen mee te vullen, dus vervelen zal ik me waarschijnlijk niet snel.

Hoe mijn reflectie van volgend jaar er uit gaat zien? Geen idee! We proberen nu met de dag te leven en onze hobbels als uitdagingen te zien, een les die nog geleerd moet worden. Het is alles behalve makkelijk, maar soms wel nodig om te komen waar je wilt zijn.

We worden gekneed, gevormd en soms weer opnieuw uitgerold, maar uiteindelijk zal er iets moois ontstaan.

    


Ben jij gelukkig?

juni 2017

Als je geleefd wordt door de situaties in jouw gezin en familie en op school en werk sta je als moeder op jouw eigen prioriteitenlijstje vaak op de laatste plaats. Klaart de lucht weer een beetje rondom de anderen wordt je weer bij jezelf bepaald en komt ongenadig dat moment van zelfreflectie.

Mijn jongens gaan op het moment beter. De oudste gaat volgende week weer langzaam integreren op school en de jongste is stukje bij beetje aan het instromen in groep 3. Beiden versnellen ze een jaar om school nog een beetje uitdagend te houden. De depressieve gevoelens van de oudste worden minder en de jongste begint steeds vaker te praten en komt weer een beetje in beweging.

De lucht klaart dus een beetje en nu ben ik weer aan de beurt. Juist op dat moment stelt een lief collegaatje mij een mooie vraag. We hadden het over onze gezinnen en ineens komt het: “ben je gelukkig?” Het klinkt heel onschuldig, maar het is nogal een vraag! En wat ga je daarop antwoorden? Nee, ja, misschien, ik weet het niet?

Ik besluit het eerlijk te houden: “Geluk is geen continue toestand, maar wordt gevormd door momenten. En er zijn momenten waarop ik gelukkig ben”.

Eenmaal thuis spookt deze vraag steeds weer door mijn hoofd. Ben ik gelukkig? Ben ik vaak genoeg gelukkig? Wat heb ik nodig om gelukkig te zijn? Waar neem ik genoegen mee?

Het werk in het ziekenhuis loopt over een aantal weken af. Het is gezellig, maar niet echt uitdagend. Het kost me meer energie dan het oplevert en ik weet dat ik thuis nodig ben. Het gevoel van stoppen met werken is er een van opluchting. Ik ben gelukkig met deze keuze.     LEV en de groepen draaien bij HBkids geven me energie. Ik geniet ervan om de kinderen elke week te zien en een stukje van hun proces mee te maken. Dit is werk waar ik niet mee stop. En dat is ook een keuze waar ik gelukkig mee ben.

De jongens gaan beter en genieten weer een beetje van het leven. Samen doen we leuke dingen en ik koester de momenten dat ik samen met hen de BBQ als vuurkorf gebruik of een film kijk met de oudste terwijl de jongste in mijn armen in slaap is gevallen. Dat de oudste vorig jaar de jongste voorlas voor het slapen gaan en vorige week mijn jongste mij. Dat ze razend op me zijn en me nooit meer zullen vergeven en vervolgens huilend in mijn armen liggen en zeggen dat ik de liefste ben en dat ze van me houden en alleen maar een beetje overprikkeld zijn. Deze momenten ben ik volmaakt gelukkig.

Er zijn de afgelopen jaren veel verdrietige, boze, teleurgestelde en wanhopige momenten geweest. Momenten die veel energie hebben gekost en dat soms nog steeds doen. Toch kies ik er voor om deze momenten als leerproces te zien. Een vaak pijnlijk en soms keihard leerproces, maar wel één die mij gevormd heeft.

Ben ik gelukkig?

Geluk is geen continue toestand, maar wordt gevormd door momenten. En er zijn genoeg momenten waarop ik gelukkig ben.

En jij?


  

"Niemand zal dan nog geloven dat ik hoogbegaafd ben!"

mei 2017

Jarenlang heb ik gezegd: “mijn zoon wordt niet opnieuw getest!” Heel stellig was ik daarin, want ik zag de toegevoegde waarde er niet van. Begrijp me goed, ik ben heel blij dat we hem toentertijd hebben laten testen. Hoogbegaafdheid was iets waar wij helemaal niet bij stil hadden gestaan. En door de test vielen alle puzzelstukjes op zijn plek. Wat betreft hem, maar ook wat betreft mezelf. Het was het begin van een zoektocht naar wat mijn kind nodig heeft en waarom ik voelde wat ik voelde en dacht zoals ik dacht. Het was zijn redding van labeltjes autisme en ADHD die anderen hem maar al te graag op wilden plakken.

 

Helaas troffen we het niet bij de eerste twee scholen en daar werd gehamerd op opnieuw testen. Ik heb dat altijd afgewimpeld. Hij zat niet lekker in zijn vel, dus de score zal niet optimaal zijn. We weten al dat hij onmeetbaar hoog gescoord heeft met een harmonisch profiel, dus wat is de meerwaarde dan? Er werd openlijk getwijfeld aan zijn hoogbegaafdheid en de test die was afgenomen toen hij klein was werd niet serieus genomen.

Op zijn huidige school was de druk van opnieuw testen er niet. Ook de hoogbegaafdheid van zijn broertje werd op basis van onze mening geaccepteerd. Ondanks de faalangst en onderpresteren werd het niet in twijfel getrokken. Voor de jongste werd alles uit de kast gehaald om hem goed in zijn vel te krijgen en zonder test werd er al over versnellen gesproken.
 

En dan komt de gemeente om de hoek. De test is te oud en om vergoedingen te krijgen moeten we bij beide jongens een IQ-test laten afnemen. Ik voel me in de hoek gedreven en besluit toe te geven, maar dan wel met de tester van mijn keuze.De gemeente wil dit vergoeden en we maken een afspraak.

In de weken voor de afspraak word ik regelmatig badend in het zweet wakker. Wat als! Wat als hij door zijn depressie zo laag scoort dat hij zichzelf niet langer als HB ziet. De vergoedingen konden me al niet zoveel meer schelen. Ik maakte me vooral druk over het zelfbeeld van mijn jongens. 

Het enige wat hij heeft is zijn hoogbegaafdheid. Dat klinkt misschien heel zwaar, maar het was zijn verklaring voor wie en hoe hij was. Wat zou het met hem doen als dat niet zo lijkt te zijn door een lagere score? Ook al weet ik dat hij hoogbegaafd is, gelooft hij het dan nog wel?

En de jongste met zijn weigering om ook maar iets te doen waar hij over na moet denken.. Hij heeft alle kenmerken, maar komt het er wel uit? Of heb ik het toch niet goed gezien bij hem?

De avond voor de test zei mijn oudste tegen mij: “als ik rond de 120 scoor pleeg ik zelfmoord! Dan heb ik niets meer mama. Niemand zal dan nog geloven dat ik hoogbegaafd ben!”

Ik heb hem geprobeerd uit te leggen dat de score alleen voor de gemeente is. Dat het niets veranderd aan wie hij is en dat het niet erg is als hij lager scoort. Dat we weten wat hij kan en wie hij is en dat een cijfertje, bepaald op het moment dat hij zo slecht in zijn vel zit dat hij niet eens naar school kan, niet bepaald overtuigend is voor ons. Waar ik bang voor was gebeurde dus inderdaad in zijn hoofd.

 

De test was in Utrecht, niet bepaald naast de deur, dus we besloten er een dagje uit van te maken. De jongste ging eerst bij Alissa naar binnen en wij gingen met de oudste lekker winkelen en struinen. Daarna mocht de oudste en namen we de jongste mee op pad door Utrecht. Lekker (proberen te) ontspannen, ijsje eten, leuk speelgoedje kopen omdat ze zo hard gewerkt hadden. Al glimlachend en wandelend door de binnenstad stierf ik ondertussen duizend doden.. Alissa appte: wij lopen even een rondje! Hij moet even energie kwijt! Wat was ik blij met haar! Niet pushen, stressen en presteren, maar aanvoelen en daarop reageren. Aan het einde van de middag hadden de mannen een topdag gehad. Zelfs mijn oudste vond het ontzettend leuk bij Alissa!

Met de belofte dat ze de score alvast zou berekenen, zodat we rust zouden hebben reden we naar huis. Ergens bij Amsterdam bliepte mijn telefoon. Ik was op van de zenuwen!

Zit je er klaar voor? appt ze. Met mijn batterij op sterven na dood hoopte ik maar dat de uitslag geappt was voordat de batterij het op zou geven.

Wat een verlossing als je dan leest dat je oudste, ondanks zijn depressie, faalangst en onderpresteren ontzettend hoog gescoord heeft! Hij straalde van oor tot oor! “Gelukkig mam! Laat die gemeente maar betalen nu! En het scheelt ook wel dat ik geen zelfmoord hoef te plegen nu..” Ik besluit de laatste opmerking maar even te negeren. Nu even alleen ruimte voor blij zijn. Een paar minuten later redt mijn batterij nog net de uitslag van de jongste. Perfect harmonisch 145+..

We vieren even een feestje in de auto, maar toch sluipen ondertussen boze gedachten in mijn hoofd: waarom moest ik de jongens hier aan blootstellen? Vooral de oudste.. Waarom is het nog steeds dat verrotte cijfertje dat zo bepalend is, terwijl daar inmiddels al heel andere ideeën over zijn?

Maar ik draai het snel om in mijn hoofd: het staat zwart op wit! Dit pakken ze de jongens nooit meer af! Laat maar komen die PGB-formulieren! Even alleen positieve gedachten.. Ze hebben het gehaald!

 

Heel stellig zeg ik nu dat we dit niet nog een keer gaan doen.                         Maar deze keer kom ik er niet op terug!



Ik kies voor jou!

April 2017

 

Daar zit je dan...                                                                                                         Onderuitgezakt op de bank, geen zin meer in buitenspelen, wandelen, praten, leren.

Je zegt dat je nooit geboren had moeten worden. Je zegt zelfs dat je van me houdt, maar dat je mij ook haat omdat ik jouw moeder ben en jij bent zoals je bent door mij... 9 jaar en jouw kaarsje is nu al opgebrand.

Samen met school hebben we besloten om je thuis te houden op mijn vrije dagen. Ze begrijpen jouw gevoel, maar kunnen niets meer doen dan alles wat er al is geprobeerd en heeft gefaald.

Samen met papa heb ik besloten binnenkort te stoppen met mijn werk in het ziekenhuis, met alle gevolgen van dien, om jou en jouw broertje op de eerste plaats te kunnen zetten.

Hele dagen werken buitenshuis gaat niet meer. Jij hebt me nodig om je af en toe naar school te brengen. Om je tranen af te vegen, vast te houden, los te laten. Je gewoon groot te laten zijn, terwijl anderen je klein behandelen. Om je op te kunnen vangen als ook de paar dagen school die er over blijven jou te veel worden.

Samen met jou hebben we besloten om er het beste van te maken. Elke dag te nemen zoals hij komt. Geen zin? Dan maar even niet...   

Jij mag nu even mijn ritme bepalen, totdat jij weer jouw eigen ritme hebt gevonden.

Ik blijf geloven dat jouw kaarsje weer gaat branden, dat de levenslust weer komt en je ook weer van dat stukje van mij kan houden waardoor je bent wie je bent. Dat stukje wat jou juist zo uniek en speciaal maakt. 

Voor nu is het goed zoals het is, ook al breekt mijn hart bij het zien van jouw verdriet.

Ik kies nu voor jou… en zal dat altijd blijven doen.

  



Wil jij mijn toeschouwer zijn?

Maart 2017


Tja...                                                                                            

Ik ben dus die moeder van dat vervelende kind.

Dat jongetje dat schreeuwt, vloekt, schopt en slaat als hij boos is.

Dat jongetje dat met steeds minder kinderen mag spelen door zijn gedrag.

Dat moet nablijven, omdat hij de rij uitloopt op school puur en alleen om te kijken wat juf er aan gaat doen.

Dat van alle kinderen het negatieve gedrag kopieert en nog een stukje erger maakt.

       

Tja...

Ik ben dus die moeder van dat lieve kind.

Dat jongetje dat knuffelt, zegt dat hij van mij houdt en het liefst de hele dag op schoot zit.

Dat jongetje dat overal altijd twee van meeneemt, zodat zijn grote broer ook iets krijgt.

Dat boos wordt op papa als papa boos is op de hond, puur en alleen omdat hij het zo zielig vindt.

Dat met zijn stralende ogen mijn wereld elke dag een stukje mooier maakt.

       

Tja...

Ik ben dus die moeder...

Die moeder die echt wel weet wat normen en waarden zijn.

Die moeder die met alles wat in haar macht ligt haar kind probeert te helpen.

Die moet toezien hoe de prikkels hem te veel worden en school te zwaar voor hem is, puur en alleen omdat hij hoogbegaafd is.

Die ondanks alles blijft zeggen dat het morgen en anders overmorgen beter wordt.

       

Tja...

Jij bent dus die toeschouwer…

Die toeschouwer die probeert te kijken zonder te oordelen.

Die toeschouwer die ziet welke strijd er werkelijk gestreden wordt, de diepere laag van verdriet.

Die de pijn ziet in de ogen van moeder en kind, puur en alleen omdat je de moeite neemt om verder te kijken.

Die niet afwijst, maar de hand reikt, zodat het morgen en anders overmorgen beter wordt


"Wat staat hier mama?"

Februari 2017

 

Mijn jongste zoon begon met lezen en schrijven voordat hij naar de basisschool ging.Tenminste... dat vertelde ik zijn juf en dat deed hij thuis, maar hij liet het op school niet zien. Hij rende de klas in en uit, weigerde alles wat op werken leek en zijn gedrag was aanleiding voor vele gesprekken op school. Zijn juf zag hem liever gaan dan komen. Na een paar maanden in groep 1 stopte hij ook thuis met lezen en schrijven.

Bijna een jaar geleden hebben we besloten hem, samen met grote broer, naar een andere school te brengen. Hier begon hij langzaam bij te draaien. Op zijn nieuwe school is er meer kennis van en begeleiding voor hoogbegaafde kinderen en wordt hij werkelijk gezien. Hij dweilt nog steeds de vloer met zijn lijf en kan nog lekker tegendraads doen, maar toch zien we hem ontwikkelen. Het brabbelen waar hij op school mee begon veranderde weer in praten, maar echt aan het werk gaan of laten zien wat hij kan deed hij nog niet.

Een maand geleden kwam hij thuis voor de zoveelste keer naar me toe. “Wat staat hier mama?” Ik vertelde hem daarvoor elke keer dat hij het zelf ook wel kon lezen, maar na een hoop stampij van zijn kant gaf ik toe (ja, ja, ik ben soms ook inconsequent) en las het toch weer voor. Deze keer was ik het zat en heb een liefdevol, maar duidelijk gesprek met hem gevoerd.

Ik heb hem verteld dat ik niet meer van plan was om alles voor te lezen en dat hij het vanaf nu zelf moet gaan doen als hij wil weten wat er staat.  Met de belofte dat ik hem zou helpen als er moeilijke woorden tussen zaten. Ook typte ik geen woorden meer in voor hem op de computer voordat hij het zelf geprobeerd had.

Tja... en dan ben je 5, wil je leuke filmpjes kijken op de computer en moet je het ineens zelf doen. Na wat boze woorden van hem om mijn aanhoudende weigeringen bij makkelijke woorden leek er ineens een knop om te gaan. Hij begon alles zelf te typen op de computer en las, na het standaard toch even bij mij te proberen, zelf alles voor. Ook op school begon hij te lezen voor zijn juf. Vanuit het niets zat hij op eind groep 3 niveau en dat niveau stijgt nog met de dag. Zijn motivatie komt nu uit hem zelf en dat is de enige methode die werkt bij hem en veel andere hoogbegaafde kinderen.

Afgelopen week begon hij bij het naar bed brengen over zijn verjaardag. Hij wilde graag een verlanglijstje maken en dat moest ik maar even voor hem doen. Ik vertelde hem dat hij al wat letters kon schrijven een tijdje terug en dat hij dat snel kon leren. Samen met juf zou hij kunnen gaan oefenen en dan was hij precies op tijd met schrijven om het verlanglijstje zelf te kunnen maken. Tot mijn grote verbazing antwoordde hij: “Oké mama, dan ga ik het morgen aan juf vragen.” Juf schreef in een mailtje dat hij inderdaad naar haar toe gekomen was met deze vraag en dat ze met hem aan de slag zal gaan. De volgende ochtend ging hij in de klas ijverig aan de gang met schrijfkaarten... uit zichzelf!

Eenmaal thuis zat hij lekker tegen me aan met mijn telefoon in zijn handen. Hij wilde even kijken wat voor spelletjes er waren om te downloaden. Op een gegeven moment vroeg hij weer: “mama, wat staat hier?” “Lees maar even zelf lieverd.” “Oké...  ‘dit item is niet beschikbaar in jouw land’ staat er." Ik vroeg hem verbaasd:  “lees jij nou serieus het woord ‘beschikbaar’ in één keer?” Hij grijnsde en zei: “Ja hoor, dat kan ik wel” “Maar waarom zei je dan altijd dat je niet kon lezen?” “Omdat jij het dan lekker voor mij deed!” zei hij terwijl hij mijn non-verbale reactie scant. “Je bent echt een draak!”                 “Weet ik mam” 



Stil verdriet

Januari 2017


Je zit opgekruld op de bank en wacht het vonnis af. Ik heb net een gesprek op school gehad en jij weet inmiddels wat dat betekent. Jouw eerste vraag is heel direct en komt binnen: “wat zeiden ze allemaal over mij?” Het is niet zozeer de vraag, maar vooral de intonatie. Alsof er niets positiefs gezegd zou kunnen worden over jou. Ik weet dat het jouw pijn is van alle voorgaande gesprekken, jouw geschonden vertrouwen en alle niet nagekomen beloften. Je wapent je al voordat je weet hoe het verder gaat lopen. Jouw zelfbeschermingsmechanisme draait op volle toeren. Je begint door de kamer te ijsberen en kan geen rust vinden in jouw lijf.

Ik vertel je dat ik een goed gesprek heb gehad en dat we een aantal ideeën hebben hoe we school voor jou dragelijk kunnen maken. Je hebt er geen vertrouwen in en op elk idee antwoord je met een onmogelijkheid. Jou kan niemand meer helpen.

Ik weet dat je diep in jouw hart weet dat dit niet waar is. Dat er altijd een weg terug is. We blijven vechten voor jou en zullen niet opgeven, nemen geen genoegen met.

Een van de plannen was om jou te koppelen aan een kind in de klas. Een maatje. Als je een boze bui voelt opkomen mag je met dit maatje even de klas uit om te praten en tot rust te komen. Op mijn vraag wie dit voor jou kan zijn wordt je stil. Je gaat weer zitten, krult je nog verder op dan eerst en staart naar de grond. Alle onrust en boosheid is verdwenen en maakt plaats voor verdriet. Je huilt en ik voel jouw tranen ook al maak je geen geluid. Ik vraag je of je nog nadenkt of dat je verdrietig bent en dan kijk je me aan. De tranen stromen over jouw wangen. “Mama… ik heb helemaal niemand…” zeg je. En al jouw verdriet komt boven. Het enige dat ik nog kan doen is jou vasthouden en troosten. Woorden komen niet.                           Stil verdriet.  



Laat me

November 2016


Hoge pieken, diepe dalen

Heel erg boos of heel erg blij

Opgelucht, teleurgesteld

Heel ver weg… gedachtebrij

Een vol hoofd, bewegingsdrang

Veel ideeën!

Levenslang…

 

In mijn achtbaan van emoties

Neem ik jou vaak met me mee

Of je wilt of niet, je bent er

Zeg jij ja, dan zeg ik nee

 

Ik zeg soms hele gekke dingen

En dan kijk ik wat het doet

Ga je lachen? Ga je schelden?

Weet je niet meer wat je moet?

 

Gewend mij altijd aan te passen

Niet te veel en niet te snel

Begrijp jij wel mijn rare fratsen?

Zie jij mijn ware ik dan wel?

 

Kan jij kijken, diep naar binnen

Waar ideeën echt beginnen?

Kan jij voelen wat ik voel?

Weet jij echt wat ik bedoel?

 

Geef me opties, laat me dwalen

Geef me vrijheid, laat me los

Accepteer me en omarm mij

Autonome sloddervos

 

Laat me denken, laat me geven

Laat me alles echt beleven

Laat me meedoen of juist niet

Laat me zwelgen in verdriet

 

Laat me huilen, laat me schreeuwen

Laat me doen zoals ik denk

Laat me leven, laat me bloeien,

Laat begrip zijn jouw geschenk

 

Laat me voelen, laat me gaan

Laat me simpelweg bestaan…

 




Kind wat ben jij mooi!

Oktober 2016


Het is maandag en ik sta op mijn 2 zoons te wachten bij het schoolplein. Het schoolplein van voor de oudste (9) de derde en voor de jongste (5) de tweede school. De jongste komt aanlopen en terwijl ik hem een knuffel geef, zie ik vanuit mijn ooghoeken ook mijn oudste zoon aankomen. Zijn houding en peinzende blik verontrusten mij.

Door al het gedoe op de vorige scholen gaan bij mij alle alarmbellen af.
Wordt hij weer gepest? Ruzie met juf? Weer tegen zijn faalangst aangelopen? Honderden gedachten vechten in een paar seconden tijd om voorrang in mijn hoofd. Ik zeg niets en laat hem zelf zijn moment kiezen.

We lopen samen naar de auto als hij zegt: “mama, ik heb een groot probleem! Maar ik wil het pas zeggen als we in de auto zitten..” 

Met lood in mijn schoenen loop ik verder, vrezend voor de zoveelste hobbel die genomen moet gaan worden. Als we de straat van school uitrijden vraag ik hem wat er aan de hand is.“We hebben vanmiddag een les waarbij we allemaal 3 dingen mee moeten nemen die ons dierbaar zijn. Maar ik kan dat niet, dat is onmogelijk!”

Ik vraag hem waarom dat dan niet kan. “Mama… ik kan jou toch niet meenemen…” Hij slaakt een diepe zucht en verteld wat “dierbaar” voor hem betekend. Iets wat je nodig hebt en waar je echt niet zonder kan. Er vormt zich een brok in mijn keel en al snel springen de tranen in mijn ogen. Wat een schat..

Samen bedenken we een goede oplossing. Hij mag foto’s meenemen van ons gezin en zelf schrijft hij de naam van onze puppy op een papiertje. Omdat hij geen derde ding kan bedenken waar hij echt niet zonder kan, kiest hij voor iets wat hij heel leuk vindt en neemt een lichtzwaard van StarWars mee.

Zichtbaar opgelucht eet hij zijn lunch en even later rent hij enthousiast met zijn spullen het schoolplein op en verdwijnt naar binnen. Eenmaal uit school praat hij honderduit. Hij is voor de klas gaan staan en heeft zijn 27 klasgenoten verteld wat hem dierbaar is en waarom. Ook heeft hij uitgelegd wat het woord “dierbaar” voor hem betekend.

Hij besluit zijn relaas met de woorden: “weet je wat ik nu zo raar vond mam? Alle andere kinderen hadden speelgoed, games en knuffels mee. Niemand had zijn familie genoemd. Maar het geeft niet hoor! Jullie zijn me gewoon dierbaar en dat durf ik best te vertellen!” Voor de tweede keer die dag schiet ik vol. 

Ik heb lange tijd gedacht dat hij gebroken was door alles wat hij in zijn net 9-jarige leventje al mee heeft moeten maken. Ik dacht dat ik mijn lieve, sociale, goedlachse zoon nooit meer terug zou krijgen. In mijn hart had ik al vrede gesloten met het hebben van de in zichzelf gekeerde, gefrustreerde versie die ik daarvoor in de plaats had gekregen. Gelukkig had ik het mis!

Hij is gebogen. Gebogen tot het uiterste, maar gebroken is hij niet. Hij begint langzaamaan weer terug te buigen. Steeds vaker zie ik een lach op zijn gezicht of hoor ik de woorden: “het was superleuk op school vandaag mam!” Zijn knuffels en spontane verhalen keren terug en de boze buien zijn verdwenen.

Wat heb ik die jongen gemist en wat is het heerlijk om hem blij te zien!
Ik vind het zo knap dat hij van zijn gevoeligheid en kwetsbaarheid zijn kracht maakt. Vol trots en overlopend van liefde voor zijn goede hart denk én zeg ik:

 “KIND WAT BEN JIJ MOOI!”

 



Meegezogen in de strijd van mijn kinderen

September 2016


Elke dag vertel ik mijn jongens hoeveel ik van ze houd en dat ze trots mogen zijn op zichzelf. Ik vertel ze dat fouten maken mag en dat hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit een geschenk zijn en geen straf. Ik meen dat ook oprecht.

Het is heel bijzonder om kinderen te hebben die altijd op een ander niveau leren, fantaseren en redeneren. Wat leer je als ouder toch veel! Elke dag weer word ik uitgedaagd om out of the box te denken, het keurslijf waar je ingeperst bent weer los te laten.Tegelijkertijd is het ook ontzettend confronterend.Dat ik hoogsensitief ben weet ik al heel lang. Die wetenschap helpt me mijn grenzen te bewaken en bewuster met prikkels om te gaan. Vaker nee te zeggen.

Toch voelde ik dat de puzzel niet compleet was. En dan word ik ineens meegezogen in de strijd van mijn kinderen. Een strijd die mij pijnlijk bekend voorkomt. Niet begrepen worden, gepest worden, je een buitenstaander voelen, buikpijn op school, conflicten met leraren, faalangst.

Niveau na niveau gleed ik af, totdat ik een plek had bereikt waar ik bijna geen fouten meer kon maken.

Op een dag werd ik eindelijk wakker en realiseerde me dat ik mezelf niet langer voor de gek kan houden. Dat de ogen van mijn kinderen ook de spiegel van mijn ziel zijn. Dat hun strijd mijn strijd was. Dat nog steeds is. Ik besefte alleen nog niet dat ik de laatste 10 jaar vooral tegen mezelf aan het vechten was.

De makkelijke weg kiezen, vooral geen uitdagingen aangaan, op de vlucht voor emoties, tegenslag en conflicten. Burn in, burn out, want jeetje wat kost het een energie allemaal!

Mijn leven tot nu toe was een harde leerschool. Snoeihard! Maar het heeft me gekneed en gevormd tot wie ik nu ben. Het is de weg die ik moest afleggen om te begrijpen waar mijn kinderen tegenaan lopen en wat ze nodig hebben. Waar ik werkelijk tegenaan loop en wat ik echt nodig heb. De weg die mij uiteindelijk, via mijn kinderen, naar HB-centrum heeft gestuurd.Een plek waar ik zoveel herkenning en erkenning mag ervaren.

Ik heb nog een heel pad af te leggen, er is zo oneindig veel te leren. Er voor weglopen is er nu alleen niet meer bij. Ik ga de uitdaging aan en doe dingen waar ik bang voor ben. Ik begin weer te leven en voel eindelijk het water zakken dat al jaren aan mijn lippen stond. Mijn hoofd begint weer te bruisen, ideeën te spuien.

En dat begon allemaal heel klein een jaar geleden. De eerste keer dat ik durfde te zeggen:

Mijn kinderen zijn hoogbegaafd…    en ik ook!